Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/7.4.3.3
7.4.3.3 Overeengekomen tijdsduur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291568:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 12 september 2000, zaak C-358/97, FED 2001//25, m.nt. Swinkels (Commissie/Ierland).
HvJ EG 12 september 2000, zaak C-359/97, BNB 2000/378, m.nt. Finkensieper (Commissie/Verenigd Koninkrijk).
HvJ EG 12 september 2000, zaak C-358/97, FED 2001//25, m.nt. Swinkels, r.o. 56 (Commissie/Ierland) en HvJ EG 12 september 2000, zaak C-359/97, BNB 2000/378, m.nt. Finkensieper, r.o. 68 (Commissie/Verenigd Koninkrijk).
HvJ EG 4 oktober 2001, zaak C-326/99, BNB 2002/396, m.nt. Bijl, r.o. 52 (Stichting Goed Wonen I) en HvJ EG 18 november 2004, zaak C-284/03, V-N 2005/21.22, r.o. 20 (Temco Europe). Het onderscheid tussen passieve en actieve exploitatie lijkt te zijn ontleend aan de conclusie van A-G Jacobs van 25 september 1997, zaak C-346/95, ECLI:EU:C:1997:432, punten 15 en 16 (Blasi). Zie: M.D.J. van der Wulp, ‘Btw-vrijstelling verhuur in corrigerend licht’, BtwBrief 2014/57, p. 4.
HvJ EG 18 november 2004, zaak C-284/03, V-N 2005/21.22 (Temco Europe). In zijn commentaar bij HvJ EG 18 november 2004, zaak C-284/03, NTFR 2004/1739 (Temco Europe) leidt Sanders uit dit arrest naar mijn mening ten onrechte af dat verhuur ook bestaanbaar is zonder het element tijdsduur. Ook bij een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd is immers sprake van een overeengekomen duur (in gelijke zin: M.M.W.D. Merkx, ‘Temco Europe; samen alleen voor de BTW’, BtwBrief 2005/3.).
HvJ EG 18 november 2004, zaak C-284/03, V-N 2005/21.22, r.o. 21 (Temco Europe).
HvJ EG 12 februari 1998, zaak C-346/95, V-N 1998/28.24, r.o. 23 (Blasi), HvJ EU 15 november 2012, zaak C-532/11, V-N 2012/61.16, r.o. 24 (Leichenich) en HvJ EU 22 januari 2015, zaak C-55/14, V-N 2015/13.18, r.o. 36-38 (Régie communale autonome du stade Luc Varenne).
HvJ EG 12 september 2000, zaak C-358/97, FED 2001//25, m.nt. Swinkels, r.o. 56 en 57 (Commissie/Ierland) en HvJ EG 12 september 2000, zaak C-359/97, BNB 2000/378, m.nt. Finkensieper, r.o. 68 en 69 (Commissie/Verenigd Koninkrijk).
HvJ EU 22 januari 2015, zaak C-55/14, V-N 2015/13.18, r.o. 34 (Régie communale autonome du stade Luc Varenne).
In de arresten Commissie/Ierland1 en Commissie/Verenigd Koninkrijk2 (hierna ook: de tolgeldarresten) heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat de duur van het gebruik een wezenlijk bestanddeel is van het uniebegrip verhuur. Speelt de duur van het gebruik bij het aangaan van een overeenkomst geen rol, dan is de betreffende prestatie niet aan te merken als de verhuur van onroerend goed.3 Met het element tijdsduur is bedoeld om ‘verhuur van onroerend goed, dat in de regel een betrekkelijk passieve activiteit is, die enkel verband houdt met het tijdsverloop en geen toegevoegde waarde van betekenis oplevert, te onderscheiden van andere activiteiten die ofwel een zakelijk-industrieel en commercieel karakter hebben, zoals de uitzonderingen van art. 135 lid 2 Btw-richtlijn (zie paragraaf 7.6), ofwel iets anders zijn of meer omvatten dan de enkele terbeschikkingstelling van een onroerend goed (hierna ook: verhuur plus).4 Op het onderscheid tussen verhuur en verhuur plus wordt in paragraaf 7.5 nader ingegaan.
Dat de duur van het gebruik een wezenlijk bestanddeel is van een verhuurdienst, betekent niet dat het gebruiksrecht op een onroerend goed voor een bepaalde tijd moet zijn verleend. Ook een gebruiksrecht op een onroerend goed voor onbepaalde tijd kan een verhuurdienst zijn.5 De duur van de verhuur is op zichzelf geen onderscheidend criterium voor de vraag of sprake is van een in beginsel vrijgestelde verhuurdienst of niet.6 Wel kan de overeengekomen duur van het gebruik hiervoor een aanwijzing zijn. Het gebruik van een onroerend goed met een tijdelijk en incidenteel karakter is een aanwijzing dat geen sprake is van een in beginsel vrijgestelde verhuurdienst, terwijl voor het gebruik met een duurzaam karakter, zoals een huurovereenkomst voor vijf jaren, het tegenovergestelde geldt.7 Ook de omstandigheid dat de vergoeding verband houdt met de overeengekomen tijdsduur is een aanwijzing dat sprake is van in beginsel vrijgestelde verhuur van onroerend goed.8 Houdt de hoogte van de overeengekomen vergoeding voor 80% verband met andere diensten dan de terbeschikkingstelling van een onroerend goed, dan is dit een aanwijzing dat van een verhuurdienst geen sprake is.9