Einde inhoudsopgave
De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten (R&P nr. 149) 2007/4.4.1.5
4.4.1.5 Prijsverhoging: art. 6:236 sub i BW
mr. L.A.R. Siemerink, datum 13-03-2007
- Datum
13-03-2007
- Auteur
mr. L.A.R. Siemerink
- JCDI
JCDI:ADS386861:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie paragraaf 4.32.4 'Duurovereenkomst'.
Zie Huisjes 2005.
Zie hoofdstuk 5 'Beëindiging van isP-overeenkomsten'.
Zie bijlage paragraaf 5.1 'Algemene bedingen', onderdeel D. Vergoedingen en betalingen en paragraaf 5.2 'Specifieke bedingen', onder 'Beheer'.
De ontbindingsbevoegdheid neergelegd in dit beding heeft geen betrekking op een tekortkoming in de nakoming door de ISP, art. 6:236 sub b BW is daarom niet van toepassing. Zie hoofdstuk 5 paragraaf 5.3.3.1 'Uitsluiting/beperking ontbindingsrecht: art. 6:236 sub b BW'.
Art. 6:236 sub i BW richt zich op prijsverhogingsbedingen en beoogt op dit gebied bescherming aan de consument te bieden. Niet de bevoegdheid tot prijsverhoging als zodanig wordt verboden, omstandigheden kunnen immers meebrengen dat een prijsverhoging redelijk en billijk is.1 De bescherming is gericht tegen de onbeperkte gebondenheid van de consument aan een gewijzigde overeenkomst. Indien bijvoorbeeld de prijs binnen drie maanden na het sluiten van de overeenkomst wordt verhoogd, heeft de consument de bevoegdheid om de overeenkomst te ontbinden. Krijgt de consument deze bevoegdheid niet van de gebruiker van de algemene voorwaarden, dan is het beding vernietigbaar. Daarnaast wordt aan de consument bescherming geboden door de TW. Ook hier is de bevoegdheid tot prijsverhoging als zodanig niet verboden. Op grond van art. 7.2 TW rust op de ISP een informatieplicht en leveren eenzijdige prijsverhogingen de consument een grond tot kosteloze beëindiging van de overeenkomst op.2 Beëindiging kan zowel geschieden door opzegging als door ontbinding.3
In de meeste algemene voorwaarden van de vijftien onderzochte isP's ben ik prijsverhogingsbedingen tegengekomen.4 In de prijsverhogingsbedingen wordt door de ISP's bepaald dat bij een prijsverhoging de klant de mogelijkheid heeft om de overeenkomst op te zeggen. Deze bedingen zijn daarom niet onredelijk bezwarend.
Demon biedt bijvoorbeeld in art. 9 lid 4 de klant bij een prijswijziging de mogelijkheid om de overeenkomst te ontbinden. In dit beding is geen sprake van uitsluiting van ontbinding, maar wordt ontbinding beperkt in die zin, dat het uitsluitend voor het intreden van de wijziging mogelijk is.5 Het kiezen van een ontbindingsmoment kan niet naar willekeur geschieden, maar moet aansluiten bij de belangen van zowel de klant als de ISP. Demon bepaalt dat een prijswijziging in werking treedt veertien dagen na de kennisgeving aan de klant. Zodra de klant in kennis wordt gesteld van de prijswijziging heeft hij op grond van dit beding het recht om de overeenkomst voor het intreden van de wijziging te ontbinden. De ontbinding zal dan gelden vanaf het moment dat de prijswijziging in werking gaat, dus veertien dagen na kennisgeving van de prijswijziging aan de klant. De ontbindingsgrond is gelegen in de prijswijziging. Dit beding is onredelijk bezwarend voor de klant omdat Demon niet voldoet aan de termijn van vier weken zoals bepaald in art. 7.2 TW.