25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid
Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/31.3:31.3 Overige bestaande fiscale afwijkingen
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/31.3
31.3 Overige bestaande fiscale afwijkingen
Documentgegevens:
prof. mr. M.W.C. Feteris, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. M.W.C. Feteris
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Thans het Besluit Fiscaal Bestuursrecht 2017, onderdeel 9.1.
Wet van 27 september 2007, Stb. 376 (Wet versterking fiscale rechtshandhaving).
Zie Feteris 2010, p. 369-370.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Er bestaan diverse andere afwijkingen ten opzichte van de Awb in de fiscale wetgeving. Daarbij is wel een proces van afkalving waar te nemen: een deel van die afwijkingen is sinds de invoering van de Awb afgeschaft. Bij een ander deel daarvan heeft de belastingdienst het beleid om – wettelijk onverplicht – Awb-conform te handelen. Maar er blijft toch nog een aanzienlijk aantal afwijkingen.
Op grond van artikel 25 AWR (thans lid 1) hoeft de inspecteur een belanghebbende naar aanleiding van een bezwaarschrift alleen op diens verzoek te horen. Beleidsmatig is de inspecteurs voorgeschreven om niettemin in overeenstemming met de Awb te horen, dat wil zeggen: in beginsel ook zonder dat daarom is verzocht.1 Als ‘omstandigheden daartoe nopen’ kan het horen volgens artikel 25, tweede lid, AWR plaatsvinden door een of meer personen die bij de voorbereiding van het bestreden besluit betrokken zijn geweest, in afwijking van artikel 7:5, eerste lid, Awb.
De termijn waarbinnen de inspecteur moet beslissen op een bezwaarschrift was aanvankelijk in de AWR (artikel 25, tweede lid) gesteld op een jaar. Hetzelfde gold voor besluiten van de inspecteur op een aanvraag (artikel 5a AWR). Nadat uit onderzoek was gebleken dat de belastingdienst in nagenoeg alle geval- len de termijnen uit de Awb in acht kon nemen, zijn de langere termijnen uit de AWR met ingang van 2008 afgeschaft.2
In 1999 is ook het procesrecht uit Hoofdstuk 8 Awb van toepassing verklaard in belastingzaken. Wel zijn toen enkele afwijkende wettelijke bepalingen in de AWR gehandhaafd. Naast het hiervoor in punt 2 besproken open stelsel betreft dat de regel dat zittingen niet in het openbaar plaatsvinden (artikel 27d AWR), de zgn. omkering van de bewijslast (artikel 27e AWR), en enkele nogal technische detailvoorschriften.
Ook na de invoering van de regels over toezicht in derde tranche van de Awb zijn de bijzondere fiscale regels over feitenonderzoek door de inspecteur (de artikel 47 e.v. AWR) gehandhaafd. Toepassing van de toezichtbepalingen uit de Awb wordt door artikel 1, derde lid, AWR uitgesloten. Het beroep dat de regering daartoe gedaan heeft op het bijzondere karakter van de belastingheffing, vind ik niet erg overtuigend. Ik kan mij goed voorstellen dat de algemene regeling van de Awb ook van toepassing wordt verklaard in belastingzaken, en dat daarnaast in de AWR slechts de noodzakelijke afwijkende of aanvullende regels worden gehandhaafd.3