Achtergestelde vorderingen (O&R)
Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/7.3.3.5:7.3.3.5 De rangorde in eenvoudige gevallen
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/7.3.3.5
7.3.3.5 De rangorde in eenvoudige gevallen
Documentgegevens:
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186664:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Dit begrip ‘klasse’ in de zin van rangorde valt doorgaans wel, maar niet noodzakelijkerwijs of steeds samen met het begrip ‘klasse’ in de zin van een pre-insolventieakkoord. Vgl. Tollenaar 2016, p. 112 en par. 8.7.1. In dit hoofdstuk doelt het begrip ‘klasse’ op een klasse in de zin van de rangorde.
Zie par. 1.7.3.
Zie par. 7.4.2.3.
Zie par. 5.2.3.6.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
446. Het opmaken van de rangorde aan de hand van de uitspraken over de onderlinge verhouding van de verhaalsrechten is eenvoudig in die gevallen waarin de onderlinge verhoudingen tussen de verhaalsrechten worden weergegeven in de vorm van een ranglijst. Die kan de vorm hebben van figuur 7.1, maar er kunnen ook op één niveau van de ranglijst meerdere verhaalsrechten staan. Die vormen dan een klasse. Een klasse is een verzameling van een of meer verhaalsrechten die ieder onderling van gelijke rang zijn met een of meer andere verhaalsrechten binnen die verzameling.1 Zie bijvoorbeeld figuur 7.2.
In deze figuur liggen drie ranguitspraken besloten:
de verhaalsrechten van schuldeisers A en B hebben gelijke rang;
het verhaalsrecht van schuldeiser C is lager in rang dan verhaalsrecht A; en
het verhaalsrecht van schuldeiser C is lager in rang dan verhaalsrecht B.
Een dergelijke rangorde kan bijvoorbeeld ontstaan doordat schuldeiser C zijn vordering algemeen heeft achtergesteld.
In deze rangorde zijn twee klassen te onderscheiden. De verhaalsrechten A en B staan op gelijke rang en vormen samen één klasse. Het verhaalsrecht van C vormt een eigen klasse omdat het lager in rang is dan alle andere verhaalsrechten.
447. De verhaalsrechten kunnen worden geordend in een dergelijke ranglijst als er geen rangverschillen binnen klassen voorkomen. Dat is het geval als alle verhaalsrechten die gelijk in rang zijn met één specifiek verhaalsrecht, onderling ook gelijk in rang zijn. Als dat zo is, heeft de rangorde de vorm van een ranglijst met op iedere trede van de ranglijst één klasse. Beschouw bijvoorbeeld figuur 7.3.
In dit geval zijn er drie klassen. De verhaalsrechten A en B hebben een gelijke rang, dus vormen samen één klasse. De verhaalsrechten C en D hebben ieder een lagere rang dan zowel verhaalsrecht A als B, maar hebben onderling wel een gelijke rang. Daarom vormen C en D ook een klasse. Tot slot is er een serie achtergestelde obligaties uitgegeven, met verhaalsrechten O1, O2, O3 etc. Omdat die in rang zijn verlaagd ten opzichte van alle andere verhaalsrechten vormen die een eigen klasse. Onderling zijn zij gelijk in rang. Er treedt geen rangverschil op binnen de klassen.
448. Deze twee voorbeelden laten zien dat een achterstelling steeds een eigen klasse schept als een schuldeiser zich achterstelt bij alle andere verhaalsrechten die onderling een gelijke rang hebben met een van zijn senioren. Omdat de junior zijn verhaalsrecht ook bij die anderen achterstelt zijn dat ook senioren. In het eerste geval (figuur 7.2) heeft schuldeiser C zijn verhaalsrecht niet alleen achtergesteld bij dat van A, maar ook bij dat van B, dat een gelijke rang heeft met A. Daarom zit C in een eigen klasse. Hetzelfde geldt voor de obligatiehouders in het tweede geval (figuur 7.3). Zij hebben hun vordering achtergesteld bij alle andere schuldeisers. Ook die achterstelling schept een eigen klasse.
De schuldeisers C en D in het tweede geval (figuur 7.3) hebben hun verhaalsrecht weliswaar niet achtergesteld bij alle andere verhaalsgerechtigden, maar wel bij alle verhaalsgerechtigden die een gelijke rang hebben met A. Daarom vormen C en D een eigen klasse, los van A en B. Omdat C en D zich niet bij de obligatiehouders hebben achtergesteld, is hun achterstelling geen algemene achterstelling maar dat is niet noodzakelijk om een nieuwe klasse te vormen.2
In deze gevallen is de rangorde weer te geven als een ranglijst. Dat brengt op zijn beurt met zich dat de executie-opbrengst eenvoudig te verdelen is conform die ranglijst.3
449. De rangorde is echter naar Nederlands recht niet in alle gevallen weer te geven als een ranglijst. Het is naar Nederlands recht mogelijk dat een schuldeiser de rang van zijn verhaalsrecht verlaagt ten opzichte van een seniorverhaalsrecht, zonder zijn rang te verlagen ten opzichte van een tweede verhaalsrecht dat met de senior gelijk is in rang.4 Dat is bijvoorbeeld anders naar Duits en Amerikaans recht en ook anders dan de commissie Houwing beoogde.5 Die mogelijkheid maakt een specifieke eigenlijke achterstelling mogelijk, maar levert complexe gevallen van rangorde op.