Verlofstelsels in strafzaken
Einde inhoudsopgave
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/3.9.c:3.9.c Mondelinge behandeling
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/3.9.c
3.9.c Mondelinge behandeling
Documentgegevens:
mr. G. Pesselse, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. G. Pesselse
- JCDI
JCDI:ADS611941:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. CRM 6 april 1998, nr. 623-624-626-627/1995 (Domukovsky e.a./Georgië).
CRM 3 november 2004, nr. 1110/2002 (Rolando/Filipijnen).
CRM 23 maart 1989, nr. 301/1988 (R.M./Finland); CRM 28 juli 2009, nr. 1771/2008 (Gbondo Sama/Duitsland).
Paragraaf 5a.
Zo valt af te leiden uit CRM 26 juli 2010, nr. 1369/2005 (Kulov/Kirgizië), zie op grond van art. 14 lid 1 voorts CRM 23 juli 2007, nr. 1347/2005 (Dudko/Australie).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoewel het CRM in bepaalde oordelen terloops belang hecht aan het al dan niet plaatsvinden van een mondelinge behandeling of hearing,1 bepaalde het Comité dat artikel 14 lid 5 IVBPR niet vereist dat getuigen in beroep (opnieuw) worden gehoord. In Rolando/Filipijnen is aan de klager de doodstraf opgelegd vanwege verkrachting, een delict waarbij een getuigenverklaring van bijzonder groot belang kan zijn. Rolando klaagt bij het Comité dat “the Supreme Court did not hear the testimony of the witnesses but relied on the first instance interpretation of the evidence provided”.2 Het Comité verklaart deze klacht niet-ontvankelijk nu een “hearing de novo” niet door artikel 14 lid 5 IVBPR wordt vereist. Evenmin, zo blijkt uit Sama/Duitsland, behoeft de verdachte in beroep mondeling te worden gehoord. Onder nadrukkelijke verwijzing naar General Comment nr. 32 verklaart het CRM de klacht over het niet mondeling horen van de verdacht niet-ontvankelijk.3 Dit ligt misschien anders als in beroep wordt veroordeeld voor feiten waarvan de verdachte in eerdere aanleg is vrijgesproken. Het CRM oordeelt dat ook tegen dergelijke eerste veroordelingen in tweede of latere instantie beroep open moet staan.4 Als in beroep een mondelinge behandeling plaatsvindt, en daarbij het openbaar ministerie aanwezig is, moet uiteraard ook de verdediging worden opgeroepen.5