Verlofstelsels in strafzaken
Einde inhoudsopgave
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/3.9.d:3.9.d Grieven en ambtshalve toetsing
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/3.9.d
3.9.d Grieven en ambtshalve toetsing
Documentgegevens:
mr. G. Pesselse, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. G. Pesselse
- JCDI
JCDI:ADS607104:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
CRM 16 juli 1996, nr. 589/1994 (Tomlin/Jamaica).
CRM 24 maart 2004, nr. 920/2000 (Lovell/Australië); zie ook CRM 6 november 2003, nr. 1096/2002 (Kurbanova/Tajikistan); CRM 1 april 2002, nr. 677/1996 (Teesdale/Trinidad & Tobago).
General Comment 2007/32, nr. 51.
CRM 1 november 1991, nr. 230/1987 (Henry/Jamaica); zo ook CRM 1 november 1991, nr. 283/1988 (Little/Jamaica).
Zo ook Feteris 2002, p. 426.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het lijkt aanvaardbaar dat de beroepsrechter de controle van het bestreden vonnis beperkt tot punten die de verdediging heeft opgeworpen. In Tomlin/ Jamaica is de verdachte door de rechtbank ter dood veroordeeld en weigeren zowel de beroepsrechter als de hoogste rechter toegang tot beroep. Bij het Comité klaagt Tomlin dat hij geen effectief beroep heeft genoten, omdat de appelrechter niet getuigen opnieuw had gehoord en zijn advocaat had verzuimd gronden voor het beroep naar voren te brengen. Het CRM “observes that these allegations do not in themselves support the contention that the author did not have a review of his sentence by a higher tribunal according to law. The right to have a conviction reviewed by a higher tribunal is not violated if counsel for an appellant chooses, in the exercise of his professional judgement, to concentrate on one arguable ground of appeal rather than advance several grounds.”1 Indien door een keuze van de advocaat enkel bezwaren van juridische aard worden behandeld, is dit eveneens toelaatbaar.2 Wel eist het CRM in zaken waarin de doodstraf op het spel staat dat verdachten op de hoogte worden gesteld van het mogelijke voornemen van een advocaat geen enkel bezwaar voor te stellen, zodat de verdachte een andere advocaat in de arm kan nemen, maar dat is voor Nederland niet relevant.3
Beoordeling van het beroep louter op grond van grieven is mogelijk wel problematisch waar het schending van het IVBPR zelf betreft. In twee oordelen benadrukt het Comité dat “the courts of every State party should ex officio test whether the lower court proceedings observed all the guarantees of a fair trial” [bedoeld in artikel 14 IVBPR, GP].4 De beroepsrechter moet dus ambtshalve aandacht hebben voor de totstandkoming van de bestreden uitspraak.5 Hoe intensief die ambtshalve beoordeling moet zijn, wordt niet duidelijk. Omdat evenwel een groot deel van het nationale strafprocesrecht als concretisering van de fundamentele eisen van een eerlijk proces kan worden beschouwd, wordt de aanvaardbaarheid van berechting op grieven hiermee mogelijk genuanceerd, al heeft het Comité ook niet duidelijk gemaakt welke consequentie de beroepsrechter moet verbinden aan geconstateerde verdragsschendingen in lagere instantie.