Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context
Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/4.4.2.1:4.4.2.1 Hoofregel en criteria
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/4.4.2.1
4.4.2.1 Hoofregel en criteria
Documentgegevens:
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661265:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van den Berge 2015, par. 8.
BNB 1978/135. Zie recenter in het kader van het beleid inzake belastingrente in HR 9 april 2020, nr. 19/03791, BNB 2021/95, r.o. 3.3 (verder zie paragraaf 4.5).
Zie Happé 1996, p. 121; Gorissen 2008; Poelmann, in: Cursus Belastingrecht FBR.4.3.2.E (actueel t/m 2 februari 2021); NDFR deel Formeel belastingrecht, Vertrouwensbeginsel, par. 3.1.1.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De hoofdregel ja, mits houdt in dat het vertrouwensbeginsel in de regel zwaarder weegt dan het legaliteitsbeginsel (‘ja’), als sprake is van bepaalde omstandigheden (‘mits’).
Net als bij voorlichting, hanteerde de Hoge Raad aanvankelijk de lijn dat contra legem-beleid de Belastingdienst niet kon binden.1 Met de Doorbraakarresten (BNB 1978/135-137) wijzigde de Hoge Raad zijn koers. In deze arresten oordeelde de Hoge Raad dat de Belastingdienst op grond van het vertrouwensbeginsel in de regel aan beleid is gebonden – ook al handelt de Belastingdienst daarmee in strijd met de wet en ongeacht of hij daarmee zijn beleidsvrijheid overschrijdt:
“dat het een beginsel van behoorlijk bestuur is dat de administratie verwachtingen, welke zij bij een belanghebbende ten aanzien van een door haar te volgen gedragslijn heeft opgewekt en waarop deze zich in redelijkheid tegenover haar mag beroepen, honoreert [TC; het vertrouwensbeginsel];
dat aan dit beginsel bij een afweging als voormeld doorslaggevende betekenis moet worden toegekend indien een belastingplichtige zodanig vertrouwen heeft mogen ontlenen aan uitlatingen, afkomstig van voor de belastingdienst verantwoordelijke bewindslieden, als kunnen zijn vervat in ministeriele resoluties, welke, al werden zij noch in het Staatsblad noch in de Staatscourant opgenomen, met medewerking of goedvinden van de belastingdienst zijn gepubliceerd en aldus ter kennis van het publiek zijn gekomen; (…)
dat derhalve, indien de belastingplichtige zich beroept op vertrouwen dat hij aan uitlatingen als hiervoor genoemd [TC: beleidsregels] heeft mogen ontlenen, de aanslag dienovereenkomstig behoort te worden vastgesteld, ook al zou de wet de fiscus ter zake niet een bepaalde beleidsvrijheid laten;”2
Hieruit kunnen de volgende twee criteria worden afgeleid voor toepassing van het vertrouwensbeginsel (‘mits’):3
De burger beroept zich in redelijkheid op de gedragslijn (paragraaf 4.4.3);
De beleidsregel is gepubliceerd en daarmee ter kennis van het publiek gekomen (paragraaf 4.4.4).