Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden
Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/IV.3.6.8:IV.3.6.8 Tussenconclusie
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/IV.3.6.8
IV.3.6.8 Tussenconclusie
Documentgegevens:
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460349:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Deze paragraaf gaat over Timmermans stelling dat de toepassing van de ernstig verwijt-maatstaf over de gehele linie van het bestuurdersaansprakelijkheidsrecht een “volkomen legitieme rechtspolitieke keuze” is. Daartoe heb ik eerst Timmermans geen doctrine-maar-beginselen-benadering tegen het licht gehouden. Ik heb betoogd dat de ernstig verwijt-maatstaf niet kan worden aangemerkt als een beginsel van het bestuurdersaansprakelijkheidsrecht: de maatstaf is daarvoor onvoldoende algemeen van aard, en de maatstaf is ook te omstreden voor beginsel-status.
Vervolgens heb ik erop gewezen dat er voor de rechter alleen rechtspolitieke ruimte bestaat voor zover het systeem der wet die ruimte toestaat. In dat kader heb ik erop gewezen dat artikel 6:162 BW een cumulatieve en limitatieve opsomming geeft van de vereisten die gelden voor de toewijzing van een schadevergoedingsvordering. Ik heb betoogd dat zonder wettelijke grondslag, het niet mogelijk is om voor de aansprakelijkheid van een bepaalde beroepsgroep een extra constitutief vereiste te introduceren. Daarom laat het systeem der wet mijns inziens geen ruimte voor de rechtspolitieke keuze om de ernstig verwijt-maatstaf toe te passen. Daarnaast zou deze keuze mijns inziens leiden tot rechtsongelijkheid. Een goede onderbouwing van de uitzonderingspositie ontbreekt namelijk, waardoor de bescherming van bestuurders door middel van de ernstig verwijt-maatstaf ongerechtvaardigd en arbitrair is. Ten slotte heb ik er nog op gewezen dat de toepassing van de ernstig verwijt-maatstaf in het algemene aansprakelijkheidsrecht grote onduidelijkheden oplevert, en dat de maatstaf de rechtszekerheid schaadt.
Maar zelfs als het recht wordt beschouwd als ‘willenschap’ en de wet, rechtsgelijkheid en rechtszekerheid niet in de weg zouden staan aan de toepassing van de ernstig verwijt-maatstaf voor bestuurdersaansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad, dan is er mijns inziens nog altijd geen sprake van een legitieme rechtspolitieke keuze. Ik heb namelijk geen steekhoudende (rechtspolitieke) redenen kunnen vinden om af te wijken van de gewone vereisten van de onrechtmatige daad. Het is onduidelijk welk maatschappelijke belang wordt gediend met de toepassing van de ernstig verwijt-maatstaf in dit type aansprakelijkheid. Daarentegen zie ik juist wel diverse (rechtspolitieke) argumenten om de ernstig verwijt-doctrine te verlaten en terug te keren naar de gewone onrechtmatige daad. Dit geldt in het bijzonder voor de milieuaansprakelijkheid van bestuurders.