De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.9.2.2:4.9.2.2 Medezeggenschap in het middelbaar beroepsonderwijs
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.9.2.2
4.9.2.2 Medezeggenschap in het middelbaar beroepsonderwijs
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949390:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zoontjens 2023, p. 394.
Zie bijvoorbeeld artikel 8a.1.6 van de Web (instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de jaarlijkse begroting).
Artikel 8a.1.5 van de Web.
Kamerstukken II 2007/08, 31 266, nr. 3, p. 11.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De medezeggenschap in het middelbaar beroepsonderwijs viel tot 2010 onder de Wmo 1992, maar kreeg daarna een eigen regeling in de Web. Door de grote omvang en de bevoegdheden van de Regionale opleidingscentra werd de Wmo 1992 te beperkt geacht.1 Ook werd geconstateerd dat studenten in het middelbaar beroepsonderwijs nauwelijks deelnamen aan de medezeggenschap.2 Dit kwam onder meer doordat zij geconfronteerd werden met onderwerpen die hen niet of nauwelijks aan gingen, weinig aandacht werd gegeven aan deelname van studenten in de medezeggenschap, studenten in bepaalde periodes te druk waren met stages en examens en dat bbl-leerlingen weinig op school aanwezig zijn. Met de nieuwe wettelijke regeling van de medezeggenschap voor het middelbaar beroepsonderwijs werd beoogd de betrokkenheid van studenten te vergroten. Hiertoe werden twee aparte medezeggenschapsraden ingesteld, een studentenraad (toen nog een deelnemersraad genoemd) en een ondernemingsraad.3 De studentenraad moet zich voornamelijk richten op het onderwijsproces, de voorzieningen voor het onderwijs en de rechten en plichten van studenten. Het personeel in de ondernemingsraad moet zich richten op onder meer het strategisch beleid, personeels- en arbeidsvoorwaarden en het onderwijsbeleid. Op de ondernemingsraad is de Wor van toepassing, in aanvulling daarop worden in de Web een aantal aanvullende bevoegdheden toegekend.4 Naast de studentenraad en de ondernemingsraad, kan op verzoek van de ouders een ouderraad ingesteld worden. De studenten- en ondernemingsraad (en de ouderraad als die is ingesteld) vergaderen tenminste eenmaal per jaar gezamenlijk.5
De wetgever ziet drie doelen voor de medezeggenschap in het middelbaar beroepsonderwijs:
Betrekken van intern belanghebbenden bij de besluitvorming van het bevoegd gezag, dit draagt bij aan de interne legitimatie van het beleid van de instelling.
Horizontale verantwoording richting studenten en ouders (zij worden gezien als externen), dit draagt bij aan de externe legitimatie van het beleid van de instelling.
Intern en extern toezichthoudende functie, mede via de landelijke geschillencommissie. Hierdoor zou de medezeggenschap bijdragen aan het borgen van de kwaliteit van het beleid van de instelling.6
Medezeggenschap is volgens de wetgever dan ook een belangrijk onderdeel van de checks and balances binnen de instelling, ook is de medezeggenschap onderdeel van de governancestructuur van de instelling.7