Einde inhoudsopgave
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/2.2.4.1
2.2.4.1 Wederkerig schuldenaarschap
Mr. A.J. Tekstra, datum 26-04-2011
- Datum
26-04-2011
- Auteur
Mr. A.J. Tekstra
- JCDI
JCDI:ADS603557:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Invordering / Verrekening
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 1.3.
In sommige gevallen kunnen er meer dan twee partijen bij de verrekening betrokken zijn, bijvoorbeeld omdat een vordering (gemeenschappelijk) aan twee schuldeisers toebehoort. Zie hierover B.W. Wessels in: Wessels e.a. 1996, p. 8 en 9.
Zie T.M. Parl. Gesch. Boek 6, p. 491.
Zie T.M. Parl. Gesch. Boek 6, p. 491 en Verbintenissenrecht Boek 6 BW, Art. 127, aant. 11 (R.J.Q. Klomp). merkt hierover op: 'Inningsbevoegdheid zonder schuldeiserschap schept geen wederkerigheid.' (Faber 2005, p. 26).
Zie § 1.3. Zie verder over deze volmachtconstructie in het kader van art. 241w 1990 § 2.4.3.
Zie T.M. Parl. Gesch. Boek 6, p. 491.
Zie § 2.4.7.
Het vereiste van wederkerig schuldenaarschap is al eerder gekwalificeerd als het kernvereiste van verrekening.1 In de meeste gevallen zal het vrij eenvoudig zijn na te gaan of in het kader van de verrekening beide2 bij die verrekening betrokken partijen over en weer elkaars schuldeiser en schuldenaar zijn. Complicaties kunnen zich voordoen wanneer één van de bij de verrekening betrokken partijen daarbij in verschillende hoedanigheden is betrokken. Uit de parlementaire geschiedenis bij het huidige BW is bekend het voorbeeld van een persoon die zowel privé, alsook in de hoedanigheid van voogd, partij is bij een verrekening.3 In dat geval kan geen sprake zijn van wederkerig schuldenaarschap. In deze parlementaire geschiedenis wordt eveneens aangegeven dat degene die gevolmachtigd is tot inning van een vordering, geen crediteur is die kan verrekenen met een schuld tegenover de wederpartij:4
"Degene die gevolmachtigd is tot inning van een vordering, is geen crediteur; met een tegenvordering van de schuldenaar op de gevolmachtigde kan dus niet worden verrekend."
Het maakt daarbij dus niet uit of de gevolmachtigde voor de volmachtgever int dan wel voor zichzelf. Deze situatie speelt bij verrekening door de fiscus van andere belastingen en heffingen waarvan de invordering aan de ontvanger is opgedragen. Volgens artikel 24 lid 1, eerste volzin, Iw 1990 mag de ontvanger deze vorderingen verrekenen met een (eigen) schuld aan de belastingplichtige.5 In de parlementaire geschiedenis wordt aan het voorgaande citaat toegevoegd:6
"Ook de pandhouder en de vruchtgebruiker van een vordering zijn, zelfs als zij tot inning bevoegd zijn, geen schuldeisers. Wanneer echter na een derdenbeslag de derde veroordeeld is tot betaling aan de executant, int deze laatste alleen voor zichzelf en is dan ook, voor zover de verrekening betreft, als schuldeiser van de derde te beschouwen."
Dit citaat komt nog nader aan de orde bij de behandeling van de gevolgen van een derdenbeslag onder de fiscus.7