Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/4.1.1
4.1.1 Staatsinrichting/Geschiedenis en staatsinrichting
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977230:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Circulaire van de Staatssecretaris van O & W van februari 1968, nr. a.v.o. 350061.
Beschikking D.G.O.1.212 (26 augustus 1970)/ Circulaire (20 oktober 1970) A.V.O. 70-64.
Rijksleerplan (1968): doelstelling geschiedenis en staatsinrichting (d.I.): Het verwerven van kennis van en inzicht in belangrijke historische structuren en processen als bijdrage tot de vorming van leerlingen tot bewuste cultuurdragers; circulaire staatsecretaris van O & W van februari 1968 nr. a.v.o. 350061; circulaire staatssecretaris van O & W van 3 juli 1968, nr. A.V.O., 3582 32 en de Beschikking van 26 oktober 1970, A.V.O. 441542, Strct. 1970, nr. 229.
Toegevoegd is ‘hun hedendaagse structuur’.
Ministeriële circulaire van 3 februari 1972, A.V.O. 72-10, 4 (mondeling examen geschiedenis en staatsinrichting: b. de kandidaat heeft kennis van de ontwikkeling der staatsinstellingen van het Koninkrijk der Nederlanden, gezien tegen hun historische achtergrond en van hun hedendaagse structuur en functie). Beschikking van 26 oktober 1970, AVO 441542- bijlage (gs en si in het schoolonderzoek), Ministeriële circulaire 14 juni 1972, AVO 72-48 (II. Opschorting van de invoering van het cse geschiedenis en staatsinrichting) en Ministeriële circulaire van 14 januari 1972, AVO, 71-85 (Experimenten cse geschiedenis en staatsinrichting, aardrijkskunde, biologie en economie, waarin de installatie van de Commissie eindexamen geschiedenis en staatsinrichting (Ceges) op 8 juni 1971 is vermeld, en evaluatie van experimentele examens in 1976 en invoering van het cse in 1977 in het vooruitzicht zijn gesteld).
Besluit Eindexamens v.w.o-h.a.v.o.-m.a.v.o. van 21 april 1970, Stb. 1970, nr. 151, gewijzigd bij KB van 18 augustus 1971, Stb. 1971, nr. 43, 5 mei 1972, Stb. 1972, nr. 256, 18 december 1973, Stb.1973, nr. 673 en 9 augustus 1974, Stb. 1974, nr. 561 (86) in Wetten c.a. O en W, Den Haag 1974. De programmas v.w.o-h.a.v.o.-m.a.v.o. zijn op 26 oktober 1970, A.V.O.-441542, (92) vastgesteld in Wetten c.a. O en W, Den Haag: Sdu 1974.
Ministeriële circulaire van 14 juni 1972, A.V.O. 72-48 (II. Opschorten van de invoering van het cse geschiedenis en staatsinrichting, enz.).
Circulaire van 3 februari 1972, AVO 72-10, art. 4b Eindexamenprogramma gs/si. De circulaire AVO 441542 eist ‘kennis van de ontwikkeling der staatsinstellingen van het Koninkrijk der Nederlanden -gezien tegen hun historische achtergrond en van hun hedendaagse structuur en functie’. Staatsinrichting is in het mbo ook bestuursrecht (Circulaire van 30 juni 1970, D.G.O. 2314 (Codering vakken vo), Hoofdgroep 3 Aardrijkskunde/geschiedenis; Opvoedkunde en Godsdienst, nr. 3002 Gs/Si en nr. 3006 Si/bestuursrecht.
Met de vermelding staatsrecht synonimiseert de wetgever staatsinrichting met staatsrecht. De gelijkenis tussen drie hbs en vier atheneum-a is hiermee gegeven. De b-leerlingen blijven evenwel verstoken van staatsinrichting, tenzij geschiedenis en staatsinrichting als vak is gekozen, wat minder voor de hand ligt op atheneum-b, vgl. K. Dogterom, ‘Staatsinrichting. Politiek leren denken’, M & P 2022,07, p. 20-22.
Circulaire van februari 1968, nr. A.V.O 350061, d Geschiedenis en staatsinrichting, II Leerplan Atheneum: Atheneum A: c Behandeling van onderwerpen uit het staatsrecht één uur per week in het vierde leerjaar. Publiek organisatierecht en staatsinstellingen staan centraal. A contrario lijkt het staatsrecht tot vier atheneum-a beperkt, zie: Min. circulaire van 21-8-68, nr. A.V.O. 360666 (Voorbeelden algemene lessentabellen v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.), waar in de Voorbeeldtabellen voor categorale scholen voor v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o. gebaseerd op basistabellen (art. 24 en 25) van het Besluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o. van 26 oktober 1967, Stb. 1967, nr. 526 voor vier atheneum-a voor het vak geschiedenis en staatsinrichting 4 uur zijn opgenomen en voor -b 2 uur; Min. circulaire van 2 maart 1973, AVO 73-17 (Ongedeeld v.w.o.), art. IV 4, 5, 6 minimumtabellen; voor het vak geschiedenis en staatsinrichting vervalt de staatsrechtvariant op 4 ath.-a (artikel IV 10); vgl. Th. Wijte, Th. Hamers & F. Wilhelm, ’Rapport commissie ongedeeld VWO op SG. Nebo-Mariënbosch-Gabriëlcollege’, Nijmegen: s.n., 1977 en E. van der Vennen, ´ Bijdrage II voor (on)gedeeld vwo’, Weekblad 1976, 18, p. 787.
Circulaire van 26 april 1971, AVO 71-26. Verplicht zijn de antieke staatsinstellingen.
Ministeriële circulaire van februari 1968, nr. A.V.O. 350061, d Geschiedenis en staatsinrichting III Toelichting 6e alinea; vgl. J. Bron 2003, p. 39 e.v.
Werkgroep DOZ 1998, p. 10-11.
Curs.W. Ministeriële circulaire, Ibid., III Toelichting, vgl. Dogterom 2022, p. 20-22.
VSW, ‘Vak democratie en organisatie’, Didactiek 1970, 1, p. 9.
N. van Rees e.a., VOS-M 1968, 88.
C.M. van der Woude, ‘Staatsinrichting of staatkunde?’, in: Dalhuysen e.a. (red.) 1977. Van der Woude stelt in 1982 als kern voor het curriculum van staatsinrichting de politieke systeemtheorie van Easton voor in plaats van de trias politica. In 1990 is dit wettelijk een feit.
Rijksleerplan geschiedenis en staatsinrichting
Het voortgezet onderwijs bereidt voor op wetenschappelijk en hoger onderwijs (artikel 2 jo 7-9 Wvo).1 Na de circulaire A.V.O. 70-07 (30 januari 1970) is de bevoegdheid van MO-Geschiedenis ‘opgerekt’ voor het vak geschiedenis en staatsinrichting.2 Het rijksleerplan 1968 bepaalt als doel: ‘het doen verwerven van kennis van en inzicht in historische structuren en processen als bijdrage tot vorming van bewuste cultuurdragers’.3 In de vwo-onderbouw vormen ‘de hedendaagse staatsinstellingen van het Koninkrijk en hun functie’ en in de bovenbouw ’de ontwikkeling van de staatsinstellingen van het Koninkrijk der Nederlanden en van hun hedendaagse structuur en functie’ het curriculum.4 Op vwo/avo (artikel 11b lid 1c Wvo) en vmbo (artikel 10b lid 6b en 10d lid 6b Wvo) is het vak geschiedenis en staatsinrichting verplicht in de onderbouw en een keuzevak met een schoolonderzoek in de bovenbouw vwo/avo5 over ‘de ontwikkeling van de Staatsinstellingen van het Koninkrijk der Nederlanden, gezien tegen hun historische achtergrond en hedendaagse structuur en functie’6 en een centraal schriftelijk examenvak vanaf 1978/79 7 over ‘de ontwikkeling der Staatsinstellingen […], gezien tegen hun historische achtergrond,hedendaagse structuur en functie’.8
Atheneum-4a: staatsrecht verplicht
In de vierde klas atheneum-a is het staatsrecht9 één uur per week verplicht (Bijlage XIII)10, zoals in de vierde klas gymnasium de oude geschiedenis.11 De klassieke oudheid en het staatsrecht kleuren het schooltype in. De posities van het vak geschiedenis en staatsinrichting zijn op het vwo en de havo gelijk. De thematische behandeling geniet de voorkeur boven een spiral of cyclisch te behandelen curriculum voor de vorming van de historische beelden12, wat de leeropbrengst ten goede komt.13 De vakken staatsinrichting en geschiedenis moeten, gezien de wetsgeschiedenis, integreren, opdat leerlingen de ontwikkelingen in het staatsbestel tegen een historische achtergrond kunnen zien. De eis voor 3-havo en 4-vwo is: ‘kennis van de hedendaagse functie van de staatsinstellingen, mede in verband met maatschappijleer’.14
Burgerschapskunde 1969/democratie en organisatie 1970/staatkunde 1977
In 1969 stellen de V.O.S. en Voha voor om burgerschapskunde met (delen van) recht en staatsinrichting in te voeren. De VSW oppert in 1970 staatsinrichting om te zetten in een vak democratie en organisatie15, terwijl de V.O.S.-leden Van Rees, De Ru en Van der Vennen burgerschapskunde voorstellen met delen van recht, staatsinrichting en sociologie.16 Vakdidacticus Van der Woude pleit in 1977 voor staatkunde in plaats van staatsinrichting.17