Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/3.3.1
3.3.1 Alleen schadeverzekeraars en herverzekeraars kunnen kiezen voor de civielrechtelijke route
1
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS949842:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Boshuizen en Jager 2010, p. 232; Silverentand en Van der Eerden 2018, p. 148-149.
Kamerstukken II 2005/06, 29708, nr. 19, p. 490; Boshuizen en Jager 2010, p. 238; Meijer, in: T&C Verzekeringsrecht, art. 3:112 Wft, aant. 2. Idem de toelichting bij de Wijziging tijdelijke regeling invoering Wft, Staatscourant 12 oktober 2007, nr. 198, p. 10.
Boshuizen en Jager 2010, p. 243.
Kamerstukken II 2005/06, 29708, nr. 19, p. 491: “met dien verstande dat in het geval van een portefeuilleoverdracht door een schadeverzekeraar niet per se de instemming van DNB is vereist. Dit wordt uitgedrukt door de woorden «kan die overdracht met instemming van DNB». Het staat de schadeverzekeraar vrij om de weg van het BW te volgen, dat wil zeggen met instemming van zijn wederpartij de polis aan een andere verzekeraar over te dragen.”; Boshuizen en Jager 2010, p. 244-245.
Kamerstukken II 2006/07, 31131, nr. 3, p. 48-50; Boshuizen en Jager 2010, p. 251.
Idem Boshuizen 2001, p. 263; Boshuizen en Jager 2010, p. 247; Boshuizen, Jager en Van Asch, in: Toezicht financiële markten, art. 3:114 Wft, aant. 6. In hoofdstuk 3.7 geef ik op basis van de uitkomsten van de hoofdstukken 3.1 tot en met 3.6 een overzicht van de gezichtspunten die een schadeverzekeraar kan meewegen bij het kiezen tussen de toezichtrechtelijke route en de civielrechtelijke route.
Zie hoofdstuk 6.10 van dit proefschrift met de resultaten van mijn empirisch onderzoek naar aantallen portefeuilleoverdrachten via de toezichtrechtelijke route.
Zie hoofdstuk 2.2.2 van dit proefschrift en de daar geciteerde Kamerstukken II 1961/62, 6545, nr. 3, p. 11.
De civielrechtelijke route van art. 6:159 BW en de toezichtrechtelijke route van §3.5.1a.1 Wft.
Voor een levensverzekeraar is de weg van het Burgerlijk Wetboek uitgesloten. Dit volgt uit de tekst van art. 3:112 lid 1 Wft. In art. 3:112 lid 1 Wft staat dat hij de instemming van DNB “behoeft” als hij rechten en verplichtingen uit levensverzekering wenst over te dragen. 2 In de in het artikel genoemde gevallen is dus altijd instemming van DNB vereist. Deze instemming treedt in de plaats van de instemming of medewerking van polishouders. Alleen voor overdracht van hun rechten en verplichtingen uit een individuele levensverzekering op verzoek van de verzekeringnemer behoeven levensverzekeraars niet de instemming van DNB (art. 3:112 lid 3 Wft). In dat laatste geval kan dus wel de civielrechtelijke route van art. 6:159 BW gevolgd worden.3
Ook voor een natura-uitvaartverzekeraar is de weg van het Burgerlijk Wetboek uitgesloten.4 In art. 3:113 lid 1 Wft wordt namelijk ook het woord “behoeft” gebruikt. Ook een natura-uitvaartverzekeraar kan, in afwijking van het eerste lid, zijn rechten en verplichtingen uit een individuele natura-uitvaartverzekering op verzoek van de verzekeringnemer overdragen (art. 3:113 lid 4 Wft). De natura-uitvaartverzekeraar kan dus ook alleen in dat geval gebruik maken van de civielrechtelijke route.
Voor een schadeverzekeraar staat de weg van het Burgerlijk Wetboek echter wel open. In art. 3:114 lid 1 Wft staat namelijk dat de schadeverzekeraar de overdracht met instemming van DNB “kan” doen plaatsvinden zonder medewerking of instemming van degenen die aan die schadeverzekeringen rechten kunnen ontlenen.5 Hieruit valt af te leiden dat een schadeverzekeraar de keuze heeft tussen het volgen van de toezichtrechtelijke route of de civielrechtelijke route, indien hij een verzekeringsportefeuille wil overdragen aan een andere schadeverzekeraar.
Ook de herverzekeraar kan de weg van het Burgerlijk Wetboek gebruiken, want ook in art. 3:114a lid 1 Wft wordt het woord “kan” gebruikt. Ook een herverzekeraar kan dus kiezen tussen het volgen van de toezichtrechtelijke route of de civielrechtelijke route, indien hij een portefeuille met herverzekeringsovereenkomsten wil overdragen aan een andere herverzekeraar.6
Waar leidt dit toe?
Een levensverzekeraar en een natura-uitvaartverzekeraar kunnen dus alleen kiezen voor het overdragen van rechten en verplichtingen uit verzekeringsovereenkomsten via de toezichtrechtelijke route. Dit is slechts anders in geval van een verzoek van een individuele verzekeringnemer aan een verzekeraar om de verzekeringsovereenkomst over te dragen aan een andere verzekeraar. Bij een portefeuilleoverdracht van een levensverzekeraar en een natura-uitvaartverzekeraar is er dus altijd sprake van toezicht van DNB op de overdracht, hoe klein de verzekeringsportefeuille ook is.
Een schadeverzekeraar en een herverzekeraar kunnen kiezen tussen het volgen van de toezichtrechtelijke route en de civielrechtelijke route. Met name in het geval van een kleine verzekeringsportefeuille kan de civielrechtelijke route voor een schadeverzekeraar een aantrekkelijk alternatief zijn.7 Een portefeuilleoverdracht door een herverzekeraar via de toezichtrechtelijke route komt in de praktijk bijna nooit voor.8
In het geval van de civielrechtelijke route bij de overdracht van schadeverzekeringen en herverzekeringen is er dus geen sprake van toezicht van DNB. Ook dit verschil tussen de regeling van de overdracht van levensverzekeringen en natura-uitvaartverzekeringen enerzijds en de regeling van de overdracht van schadeverzekeringen en herverzekeringen anderzijds, zal te maken hebben met de sterkere binding aan de verzekeraar in het geval van levensverzekeringen en natura-uitvaartverzekeringen dan in het geval van schadeverzekeringen.9 Voor een polishouder van een levensverzekeraar en een natura-uitvaartverzekeraar zijn er meer (potentiële) nadelen aan verbonden naar een andere verzekeraar te gaan dan voor een polishouder van een schadeverzekeraar. Dat moet ook de achterliggende gedachte zijn geweest voor dit verschil in de regelingen. Op grond van deze gedachte zal toezicht van DNB bij een portefeuilleoverdracht van levensverzekeringen en natura-uitvaartverzekeringen in elk geval noodzakelijk zijn geacht.
In hoofdstuk 3.3.2 ga ik er verder op in wat de gevolgen zijn van de verschillen tussen de twee routes10 voor de rechten van polishouders bij een portefeuilleoverdracht door een schadeverzekeraar en een herverzekeraar.