De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/4.2.7.5:4.2.7.5 Gedragsnorm en normadressaat
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/4.2.7.5
4.2.7.5 Gedragsnorm en normadressaat
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS370879:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van Schilfgaarde 1993.
HR 12 juli 2013, NJ 2013, 461, m.nt. Van Schilfgaarde, JOR 2013/301 m.nt. Vroom (AFKLM/VEB).
HR 4 april 2014, NJ 2014, 286 m.nt. Van Schilfgaarde, JOR 2014/290 m.nt. De Haan (Cancun).
Aldus ook Van Schilfgaarde in zijn noot bij de Cancun-beschikking.
Van Schilfgaarde 1993.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De normadressaat van gedragsnormen van de deelrechtsorde is niet steeds dezelfde persoon. Hiervoor kwam reeds ter sprake dat bepaalde gedragsnormen gelden voor bestuurders en commissarissen, maar niet voor aandeelhouders. Voorts kan het zo zijn dat een gedragsnorm zich specifiek tot de vennootschap richt.
Dat kan tot problemen leiden, indien de orgaanleden van de vennootschap die de macht hebben om te bepalen hoe de vennootschap zich op het desbetreffende punt gedraagt deze verplichting niet willen nakomen. Indien bijvoorbeeld een wettelijke gedragsnorm die zich richt tot de vennootschap vergt dat de aandeelhoudersvergadering een bepaald besluit neemt, dan is de vennootschap voor de naleving van deze gedragsnorm afhankelijk van (de meerderheid van) de aandeelhouders. De eventuele onwil van haar aandeelhouders disculpeert de vennootschap dan niet.1
Het kan voorkomen dat op (de meerderheid van) de leden van het orgaan dat de desbetreffende gedragsnorm moet naleven dezelfde gedragsnorm rust.
Een eerste voorbeeld daarvan is te vinden in het KLM-arrest2 en de Cancun-beschikking3 van de Hoge Raad.4 In het KLM-arrest overwoog de Hoge Raad dat art. 2:8 BW meebrengt dat de vennootschap zorgvuldigheid moet betrachten met betrekking tot de belangen van al haar aandeelhouders. In de Cancun-beschikking wees de Hoge Raad er op dat uit art. 2:8 BW ook volgt dat die verplichting eveneens op de bestuurders van de vennootschap rust. Een tweede voorbeeld is dat de aandeelhouders en de vennootschap zich in een (aandeelhouders)overeenkomst tot dezelfde prestatie hebben verbonden, bijvoorbeeld om een bepaald dividendbeleid te voeren.
In voorkomende gevallen kan de redelijkheid en billijkheid vorderen dat de leden van een orgaan de vennootschap in staat stellen om een (al dan niet louter) op de vennootschap rustende verplichting na te komen (zie ook par. 4.5).5 Dat is echter niet noodzakelijkerwijs het geval. Denkbaar is bijvoorbeeld dat het bestuur van de vennootschap zich willens en wetens tegen de zin van de meerderheid van de aandeelhoudersvergadering heeft verplicht tot een prestatie die slechts kan worden nagekomen als een aandeelhoudersbesluit wordt genomen, zoals het voeren van een bepaald dividendbeleid. In dat geval is goed voorstelbaar dat de redelijkheid en billijkheid niet verplichten om de voor dat dividend-beleid noodzakelijke dividendbesluiten te nemen. Het bestuur zou in beginsel geen verplichtingen voor de aandeelhouder(svergadering) moeten kunnen scheppen door de vennootschap te binden aan overeenkomsten.
Het bovenstaande is gelijk een illustratie van hoe onwenselijk gedrag van rechtspersonen – zoals het niet nakomen van verplichtingen – altijd voortvloeit uit regels, personen, of een combinatie daarvan. Indien het bestuur de vennootschap verplicht tot een prestatie die slechts kan worden nagekomen als een aandeelhoudersbesluit wordt genomen, kunnen er twee problemen zijn. Het bestuur is zijn boekje te buiten gegaan, hetgeen dan zowel te wijten is aan de regel van de deelrechtsorde dat het bestuur (vertegenwoordigings)bevoegd is om deze overeenkomst aan te gaan, als aan het feit dat de vennootschap bestuurders heeft die op onjuiste wijze gebruik maken van deze bevoegdheid. In het geval de redelijkheid en billijkheid de aandeelhouders verplichten om het vereiste aandeelhoudersbesluit tot stand te brengen, maar de aandeelhouders dat niet willen, volgt dat probleem zowel uit het feit dat de aandeelhouders dat besluit niet willen nemen, als uit het feit dat de regels van de deelrechtsorde bepalen dat de aandeelhoudersvergadering het desbetreffende besluit moet nemen en bijvoorbeeld niet het bestuur.