Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade
Einde inhoudsopgave
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/3.3.5:3.3.5 Tussenconclusie
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/3.3.5
3.3.5 Tussenconclusie
Documentgegevens:
D.A. van der Kooij, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
D.A. van der Kooij
- JCDI
JCDI:ADS588626:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
163. In het voorgaande heb ik betoogd dat het bij de beantwoording van de vraag of aan het relativiteitsvereiste is voldaan, en dus bij het onderzoek tot welke personen en tot welke schade en welke wijzen van ontstaan van schade de met de geschonden norm beoogde bescherming zich uitstrekt, in allerlei situaties niet gaat om een met de geschonden norm gebleken bedoeling. Tevens heb ik betoogd dat bij de toepassing van het relativiteitsvereiste uiteindelijk steeds beslissend is of een redelijke begrenzing van aansprakelijkheid wordt verkregen. In de eerste plaats, zo betoogde ik, worden met behulp van het relativiteitsvereiste diverse begrenzingen aan aansprakelijkheid aangebracht die niet volgen uit een gebleken bedoeling met de geschonden norm, en waarbij beslissend is of gelet op de omstandigheden van het geval een redelijke begrenzing van aansprakelijkheid wordt verkregen (§ 3.3.2). In de tweede plaats wordt in het geval van de schending van een wettelijke plicht de vraag of jegens een secundair gelaedeerde onrechtmatig is gehandeld, naar mijn mening doorgaans niet beantwoord aan de hand van de met die plicht beoogde bescherming. Beslissend is in plaats daarvan of gelet op de omstandigheden van het geval een redelijke begrenzing van aansprakelijkheid wordt verkregen (§ 3.3.3). In de derde plaats, zo zette ik uiteen, is soms nodig om de strekking van de geschonden norm ruimer uit te leggen dan de met deze norm beoogde bescherming omdat anders in de omstandigheden van het geval geen redelijke begrenzing van aansprakelijkheid zou worden verkregen (§ 3.3.4).