Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid: wenselijk?
Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/3.11.8:3.11.8 Aansprakelijkheid van aandeelhouders en wrongful trading
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/3.11.8
3.11.8 Aansprakelijkheid van aandeelhouders en wrongful trading
Documentgegevens:
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS397898:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 19 februari 1988, NJ 1988, 487 (Albada Jelgersma II).
HR 18 november 1994, NJ 1995, 170 (Benzol/Securicor).
HR 21 december 2001, JOR 2002, 38 (Sobi/Hurks II).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook aandeelhouders kunnen in Nederland op ongeveer gelijke gronden persoonlijke aansprakelijk worden gehouden. Schijn van kredietwaardigheid was aan de orde in het arrest Albada Jelgersma 11.1 Albada Jelgersma was als aandeelhouder aansprakelijkheid uit hoofde van onrechtmatige daad omdat zij na overname van Wijnalda Kuntz BV, bij de leveranciers van Wijnalda Kuntz de verwachting had gewekt dat Albada Jelgersma de financiële situatie van Wijnalda Kuntz zou verbeteren. Op grond van deze verwachting gingen de leveranciers weer in zee met Wijnalda Kuntz. Op Albada Jelgersma rustte de zorgplicht om maatregelen te nemen toen zij voorzag dat deze leveranciers benadeeld zouden kunnen worden door gebrek aan verhaal. Albada Jelgersma had nagelaten erop toe te zien dat Wijnalda Kuntz geen goederen meer zou afnemen van deze leveranciers en zorgde evenmin zelf voor de betaling van de voortgezette leveranties. Hierdoor handelde zij onrechtmatig. Eenzelfde soort situatie deed zich voor in het arrest Benzol/Securicor.2 In het Sobi/Hurks II arrest oordeelde de rechter dat indien een moedermaatschappij nalaat zich de belangen van nieuwe schuldeisers aan te trekken, onder omstandigheden sprake kan zijn van een onrechtmatige daad van haar jegens derden. Dit zal met name zo zijn, indien de moeder houdster is van alle aandelen in de dochter en daardoor een grote mate van inzicht heeft in, en zeggenschap heeft over, de financiële gang van zaken en het beleid van de dochter, en de moeder op het moment dat zij wist of behoorde te weten dat nieuwe schuldeisers van de dochter zouden worden benadeeld bij gebrek aan verhaal, nalaat zorg te dragen dat die schuldeisers worden voldaan.3