Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel
Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/Bijlage 1:Bijlage 1 Vertaling van de Draft model Rules on EU Administrative Law
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/Bijlage 1
Bijlage 1 Vertaling van de Draft model Rules on EU Administrative Law
Documentgegevens:
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS363020:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoofdstuk 4: Het recht op een hoorzitting en interbestuurlijk overleg
III-22 Toegang tot het dossier
(1) Elke partij heeft recht op toegang tot zijn of haar dossier, met inachtneming van de belangen van vertrouwelijkheid en van beroeps- en zakengeheim.
(…)
(2) Indien documenten vertrouwelijke informatie of beroeps- of zakengeheimen bevatten, moet het bestuursorgaan, waar mogelijk, een niet-vertrouwelijke versie of samenvatting van de documenten verstrekken.
(3) Elke partij krijgt voordat de beslissing wordt genomen de gelegenheid om alle documenten in zijn of haar dossier te onderzoeken die relevant kunnen zijn voor zijn of haar verdediging, inclusief belastend en ontlastend bewijs.
(4) Het bestuursorgaan bepaalt de wijze waarop toegang tot het dossier wordt verleend en deze wijze kan worden gereguleerd door sector specifieke wetgeving op voorwaarde dat dit de inhoud van het recht niet ondermijnt. Behoudens dit voorbehoud, kan toegang tot het dossier worden verleend door middel van kopieën van documentatie, of de mogelijkheid om het dossier te bestuderen in het kantoor van het bestuursorgaan, of een combinatie van beide.
III-23 Het recht van personen die benadeeld zijn om te worden gehoord
(1) Elke partij heeft het recht om door een bestuursorgaan te worden gehoord voordat een beslissing wordt genomen die voor hem of haar nadelig zou zijn.
(…)
(3) Elke partij heeft het recht kennis te nemen van de centrale kwesties waarover het bestuursorgaan moet beslissen en de kernargumenten die aan de redenering ten grondslag liggen,
Boek III Besluitvorming in één zaak
Opdat een partij zijn of haar standpunten over de zaak effectief kenbaar kan maken en zijn of haar rechten van verdediging kan uitoefenen.
(…)
(4) Elke partij moet voldoende tijd hebben om te reageren nadat de kennisgeving in overeenstemming met paragraaf 3 is gedaan. Het bestuursorgaan dient duidelijke termijnen vast te stellen waarbinnen de reactie moet plaatsvinden.
(5) Het bestuursorgaan kan naar eigen goeddunken beslissen over de vorm en inhoud van de hoorzitting. Dit omvat de keuze of de hoorzitting mondeling of schriftelijk moet plaatsvinden, of kruisverhoor wordt toegestaan en de aard van het bewijs. Bij het kiezen van hoe deze discretionaire bevoegdheid moet worden uitgeoefend, moet het bestuursorgaan rekening houden met de doelstellingen van de wetgeving, de mogelijkheden conform de wettelijke bepalingen, het gewicht van de belangen van de persoon, het belang van het aanvullende procesrecht ter bescherming van het belang van de persoon en de kosten van toekenning van dergelijke rechten.