Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel
Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/3:Hoofdstuk 3 Unierechtelijke beginselen
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/3
Hoofdstuk 3 Unierechtelijke beginselen
Documentgegevens:
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362911:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Om onderzoek te kunnen doen naar het kenbaarmakingsbeginsel is kennis over Unierechtelijke beginselen nodig. In dit hoofdstuk staan daarom beginselen in zijn algemeenheid centraal. Aandacht wordt besteed aan de erkenning van grondrechten als grondbeginselen van Unierecht, de ontwikkeling van grondrechten, het rechtskarakter van beginselen en de functies van beginselen. De erkenning van Unierechtelijke beginselen is de fase waarin fundamentele grondrechten, waaronder het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel met het kenbaarmakingsbeginsel als aspect daarvan, worden erkend als onderdeel van het Unierecht. De ontwikkeling van rechtsbeginselen als grondrechten van de Europese Unie zal worden onderzocht en hun juridische basis en positie in het Unierecht zal worden bepaald. Daarna wordt het concept van beginselen bezien vanuit een theoretisch perspectief. Hierbij wordt aandacht besteed aan het relatieve karakter van beginselen en de wijze waarop beginselen zich tot elkaar verhouden. Hierbij wordt ook de kritiek op het gebruik van beginselen in beeld gebracht. Vervolgens worden de functies van rechtsbeginselen in het algemeen en van het kenbaarmakingsbeginsel in het bijzonder onderzocht. Ten slotte wordt onderzocht op welke wijze beginselen, waaronder het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel, zich manifesteren in het Handvest.
In paragraaf 3.1 onderzoek ik op welke wijze grondbeginselen binnen de Europese Unie worden erkend. Hierbij wordt in kaart gebracht op welke wijze beginselen vanuit een historisch perspectief een positie hebben gekregen binnen het Unierecht. In paragraaf 3.2 wordt het rechtskarakter van beginselen besproken en de verschillende visies hierop. In paragraaf 3.3 ga ik in op het relatieve karakter van rechtsbeginselen. Dit relatieve karakter laat zien dat het essentieel is dat wordt onderzocht op welke wijze het kenbaarmakingsbeginsel kan worden beperkt (hoofdstuk 6). In paragraaf 3.4 bespreek ik de wijze waarop beginselen zich tot elkaar verhouden. Deze informatie is relevant voor het latere onderzoek naar het beperken van het kenbaarmakingsbeginsel. In deze paragraaf wordt de mogelijkheid tot het opstellen van een omstandighedencatalogus geïntroduceerd. Met het opstellen van een omstandighedencatalogus kan meer inzicht worden verkregen welke omstandigheden een rol kunnen spelen bij het beperken van het kenbaarmakingsbeginsel en onder welke omstandigheden een beperking gerechtvaardigd zal zijn. In paragraaf 3.5 wordt onderzocht welke kritiek bestaat op het gebruik van beginselen. Deze kritiekpunten zullen in het onderzoek naar het kenbaarmakingsbeginsel een rol spelen. In paragraaf 3.6 ga ik in op de functies die rechtsbeginselen in het algemeen kunnen hebben en welke specifieke functies het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel en het kenbaarmakingsbeginsel hebben. Die functies van het kenbaarmakingsbeginsel geven een kader bij het interpreteren van de inhoud van het kenbaarmakingsbeginsel in hoofdstuk 5. In paragraaf 3.7 onderzoek ik het verschil tussen rechten, beginselen en grondbeginselen in het Handvest. Deze verschillen zijn van belang voor het onderzoek naar de verschillende verschijningsvormen van het kenbaarmakingsbeginsel en voor het beantwoorden van de vraag of de verschillende verschijningsvormen een ander beschermingsniveau voor een belanghebbende met zich brengen (paragraaf 5.5) of een andere wijze van beperken. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een samenvatting en conclusie.
3.1 De erkenning van grondbeginselen binnen de Europese Unie3.2 Het rechtskarakter van algemene rechtsbeginselen en hun plek in het rechtssysteem3.3 Het relatieve karakter van rechtsbeginselen3.4 Uitgangspunten bij het gebruik van beginselen3.5 Kritiek op het gebruik van rechtsbeginselen3.6 Functies van het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel3.7 Rechten, beginselen en algemene beginselen binnen het Unierecht3.8 Samenvatting en conclusie