Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel
Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/6:Hoofdstuk 6 Het beperken van beginselen
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/6
Hoofdstuk 6 Het beperken van beginselen
Documentgegevens:
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362935:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het vorige hoofdstuk is de reikwijdte van het kenbaarmakingsbeginsel onderzocht. Daarbij is uitgegaan van het uitgangspunt dat het kenbaarmakingsbeginsel niet wordt beperkt door een ander concurrerend beginsel. In hoofdstuk 3 is echter aan de orde geweest dat beginselen relatief zijn en concurreren met andere beginselen. Beginselen en dus ook het kenbaarmakingsbeginsel kunnen worden beperkt. In dit hoofdstuk onderzoek ik eerst vanuit een theoretisch kader op welke wijze beginselen kunnen worden beperkt. Het Hof van Justitie heeft hiervoor criteria vastgesteld, welke criteria (met aanvulling) zijn overgenomen in artikel 52 van het Handvest. Na een inleiding over het beperken van beginselen, onderzoek ik in de paragrafen 6.2 tot en met 6.5 de vier voorwaarden die artikel 52 van het Handvest stelt aan het beperken van beginselen. Ik zal uitgebreid stilstaan bij het feit dat artikel 52 van het Handvest ten aanzien van geschreven beginselen die als ‘recht’ in de zin van het Handvest kwalificeren een extra voorwaarde stelt aan het beperken van die beginselen, namelijk dat de beperking bij wet wordt gesteld. In paragraaf 6.5 ga ik dieper in op de evenredigheidstoets. Deze toets kent een drietal vereisten (geschiktheid, noodzakelijkheid en evenredigheid stricto sensu) die uitgebreid worden besproken. Bij het onderzoek van het vereiste van evenredigheid stricto sensu bespreek ik Alexy’s ‘Law of Balancing’ (paragraaf 6.5.3.a). Ik gebruik deze ‘Law of Balancing’ als raamwerk om de jurisprudentie van het Hof van Justitie ten aanzien van het vereiste van evenredigheid stricto sensu van na de inwerkingtreding van het Handvest te analyseren (paragraaf 6.5.3.a.1) en bekijk ik of de door Den Houdijker geformuleerde rode draden over de wijze waarop het Hof van Justitie omgaat met het vereiste van evenredigheid stricto sensu nog steeds kunnen worden onderkend, of ze nader kunnen worden ingevuld en of ze moeten worden aangepast of aangevuld (paragraaf 6.5.3.a.2). Hiermee is vanuit een theoretisch kader het beperken van beginselen onderzocht. Aan de hand hiervan wordt duidelijk aan welke vereisten een beperking van het kenbaarmakingsbeginsel moet voldoen en wat elk van die vereisten inhoudt.
In paragraaf 3.4 is besproken dat concurrerende beginselen op een continuüm kunnen worden geplaatst. Aan de ene zijde is sprake van concurrerende beginselen in een situatie waarbij niet bekend is welke omstandigheden meewegen en hoe zwaar zij meewegen. Aan de andere zijde kunnen concurrerende beginselen worden geplaatst waarbij precies bekend is welke omstandigheden meewegen en hoe zwaar zij meewegen waardoor de uitkomst van de weging reeds vooraf bekend is (voorrangsregels). Tussen deze twee uitersten is de omstandighedencatalogus van belang. Bij de omstandighedencatalogus is al wel bekend welke omstandigheden moeten worden meegewogen bij het wegen van de concurrerende beginselen, maar ligt nog open hoe zwaar de omstandigheden meewegen. In paragraaf 6.6 onderzoek ik – met behulp van de theoretische kennis van het beperken van beginselen zoals weergegeven in de paragrafen 6.1 tot en met 6.5 – in hoeverre het mogelijk is om voor het kenbaarmakingsbeginsel een omstandighedencatalogus op te stellen. Ik onderzoek welke omstandigheden moeten worden meegewogen bij het beperken van het kenbaarmakingsbeginsel en op welke wijze zij invloed hebben op de weging (paragraaf 6.6). Hierbij gebruik ik de theorie van Alexy als raamwerk. Ik benoem de relevante omstandigheden en hoe elke omstandigheid een rol speelt bij de weging. Daarbij zal ik onderzoeken of ten aanzien van het beperken van het kenbaarmakingsbeginsel voorrangsregels kunnen worden onderkend (paragraaf 6.6.1.e). Dat wil zeggen dat ik voorwaarden zal aanwijzen waarbij als aan die voorwaarden niet wordt voldaan, het kenbaarmakingsbeginsel niet gerechtvaardigd wordt beperkt. In paragraaf 6.6.3 neem ik de beperkingen van het kenbaarmakingsbeginsel, zoals deze zijn neergelegd in het DWU, onder de loep. Daaruit zal blijken dat het kenbaarmakingsbeginsel in het DWU is neergelegd als voorrangsregel. Het beperken van het kenbaarmakingsbeginsel in douanezaken is daarmee in beginsel voorbehouden aan het Unierecht, maar uit het onderzoek in dit hoofdstuk zal blijken dat ook in het douanerecht ruimte bestaat voor eigen beperkingen door de lidstaten. In paragraaf 6.6.4 is de omstandighedencatalogus schematisch weergegeven. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een samenvatting en conclusie.
Het onderzoek in dit hoofdstuk heeft tot doel vast te stellen in welke mate kan worden voorspeld hoe de weging tussen het kenbaarmakingsbeginsel en daarmee concurrerende beginselen zal uitvallen. Vervolgens kan in hoofdstuk 8 worden onderzocht in hoeverre het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht voldoet aan de eisen van het kenbaarmakingsbeginsel. Ook het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht kent uitzonderingen op het horen. Met behulp van de vereisten voor het beperken van beginselen en de omstandighedencatalogus kan worden onderzocht in hoeverre deze uitzonderingen gerechtvaardigde beperkingen opleveren van het kenbaarmakingsbeginsel.
6.1 Inleiding6.2 Bij wet gesteld6.3 Eerbiediging van de wezenlijke inhoud6.4 Algemeen belang6.5 Het evenredigheidsbeginsel6.6 Relevante omstandigheden6.7 Samenvatting en conclusie