Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel
Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/7:Hoofdstuk 7 Gevolgen van een schending
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/7
Hoofdstuk 7 Gevolgen van een schending
Documentgegevens:
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362917:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoofdstuk 6 is onderzocht op welke wijze en onder welke omstandigheden het kenbaarmakingsbeginsel gerechtvaardigd kan worden beperkt. In dit hoofdstuk onderzoek ik wat de gevolgen kunnen zijn van een niet gerechtvaardigde beperking (schending) van het kenbaarmakingsbeginsel. In nationale procedures wordt een kleine schending van het kenbaarmakingsbeginsel gekoppeld aan het vernietigen van het gehele bezwarende besluit. Dergelijke grote gevolgen verbinden aan een kleine schending wordt in de praktijk als onbevredigend ervaren. In dit hoofdstuk zal ik laten zien dat kleine schendingen geen grote gevolgen behoeven te hebben en dat een genuanceerd systeem van gevolgen van schendingen mogelijk is. In paragraaf 7.1 wordt eerst de procedurele autonomie van de lidstaten onderzocht. Hierbij wordt aandacht besteed aan de vraag of de lidstaten vrij zijn in de keuze welke gevolgen zij aan een schending verbinden.
In paragraaf 7.2 onderzoek ik welke gevolgen het Hof van Justitie mogelijk verbindt aan een schending van het kenbaarmakingsbeginsel en onderzoek ik of het partieel vernietigen van een materieel bezwarend besluit mogelijk is. Van belang is te beseffen dat de gevolgen niet verder kunnen reiken dan het individuele materiële besluit en dat het kenbaarmakingsbeginsel alleen effect kan hebben voor zover met dat besluit het Unierecht ten uitvoer wordt gebracht (paragraaf 5.2). Daar komt nog bij dat de gevolgen niet verder kunnen reiken dan de beperking (paragraaf 6.1). Ook wordt zichtbaar dat de gevolgen van een schending ook niet verder kunnen reiken dan de benadeling.
In paragraaf 7.3 wordt de voorwaarde die het Hof van Justitie stelt aan vernietiging van een bezwarend besluit bij schending van het kenbaarmakingsbeginsel, onderzocht. Hierbij geef ik eerst een toelichting op het ‘andere afloop’-criterium, zoals gegeven door het Hof van Justitie, en onderzoek ik vervolgens op welke wijze dit criterium wordt ingevuld. Het Hof van Justitie heeft bij de toepassing van het ‘andere afloop’-criterium een voorkeur voor geschilbeslechting door middel van het geven van een algemene, bij herhaling toepasbare regel. De toepassing van dit criterium laat het Hof van Justitie aan de lidstaten. Dat maakt dat het onderzoek in deze paragraaf verschuift van de bestudering van vooral de jurisprudentie van het Hof van Justitie naar de bestudering van vooral de jurisprudentie van de Hoge Raad. Het betreft nog steeds de uitleg en invulling van het Unierecht. In paragraaf 7.4 onderzoek ik de invulling van het ‘andere afloop’-criterium bij een schending van het Unierechtelijke recht op (inzage in) de stukken, omdat – zo zal blijken – het Hof van Justitie ten aanzien van stukken het ‘andere afloop’-criterium nader invult. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een samenvatting en conclusie.
7.1 Procedurele autonomie7.2 Partieel vernietigen van een materieel bezwarend besluit7.3 Het ‘andere afloop’-criterium7.4 Het ‘andere afloop’-criterium en het recht op (inzage in) de stukken7.5 Samenvatting en conclusie