Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel
Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/8:Hoofdstuk 8 Het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/8
Hoofdstuk 8 Het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht
Documentgegevens:
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362990:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Prechal en Widdershoven 2017, onder 6.4.
R.J.G.M. Widdershoven in zijn annotatie bij HvJ 15 juni 2006, (Dokter), AB 2006/390, paragraaf 5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Na bestudering van het kenbaarmakingsbeginsel, is het moment daar deze bevindingen toe te passen op het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht. Het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht kent het kenbaarmakingsbeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur niet.1 Wel kent het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht het recht van hoor en wederhoor. Dit beginsel heeft vele overeenkomsten met het kenbaarmakingsbeginsel.2 Met het onderzoek naar het hoorrecht in het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht worden de overeenkomsten en verschillen in beeld gebracht, die bestaan tussen de vereisten die het kenbaarmakingsbeginsel stelt, en het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht, zoals neergelegd in de Awb, AWR en de IW 1990. Als sprake is van verschillen, zal ik onderzoeken of deze verschillen tot schendingen van het kenbaarmakingsbeginsel kunnen leiden. Ook zal ik onderzoeken of de procedurele autonomie bij schending van het kenbaarmakingsbeginsel kan leiden tot andere gevolgen dan alleen vernietiging van het bezwarende besluit.
In paragraaf 8.1 wordt geïnventariseerd op welke wijze een belanghebbende in een Nederlandse fiscale procedure een standpunt kenbaar kan maken en op welke wijze dit recht aan beperkingen onderhevig is. In paragraaf 8.2 onderzoek ik in welke gevallen in Nederlandse fiscale procedures het Unierecht ten uitvoer wordt gebracht (stap 1 van het stappenplan). In paragraaf 8.3 wordt onderzocht in hoeverre het kenbaarmakingsbeginsel van toepassing is in Nederlandse fiscale procedures. Hierbij worden de subjectieve, objectieve en temporele reikwijdte onderzocht (stap 2 van het stappenplan). In paragraaf 8.4 analyseer ik in welke Nederlandse fiscale procedures de belanghebbende een hoorrecht heeft voordat de belastingdienst een bezwarend besluit neemt (stap 3 van het stappenplan). Hierbij worden de vier deelaspecten van het kenbaarmakingsbeginsel elk afzonderlijk besproken. In paragraaf 8.5 worden de beperkingen van het hoorrecht in het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht in kaart gebracht (stap 4 van het stappenplan). De omstandighedencatalogus is een hulpmiddel om te onderzoeken of sprake is van al dan niet gerechtvaardigde beperkingen vanuit het kenbaarmakingsbeginsel bezien. In paragraaf 8.6 worden de mogelijke gevolgen van een schending onderzocht (stap 5 van het stappenplan).
8.1 Het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht8.2 Stap 1: Wordt het Unierecht ten uitvoer gebracht?8.3 Stap 2: Is de belanghebbende adressaat van een bezwarend overheidsbesluit?8.4 Stap 3: Heeft de belanghebbende een standpunt naar behoren en effectief kenbaar kunnen maken?8.5 Stap 4: Is de beperking gerechtvaardigd?8.6 Stap 5: Welke gevolgen kunnen aan de schending worden verbonden?8.7 Samenvatting en conclusie