Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/5.2.7:5.2.7 Eenvoud, duidelijkheid en toegankelijkheid
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/5.2.7
5.2.7 Eenvoud, duidelijkheid en toegankelijkheid
Documentgegevens:
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491559:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De zesde kwaliteitseis houdt volgens de wetgever het volgende in.1 Zowel burgers als degenen die de regels moeten toepassen (bestuur en rechter) moeten duidelijk voor ogen hebben wat de wetgever wil en bedoelt en wat zij zelf mogen of moeten doen of juist nalaten. Dit stelt niet alleen hoge eisen aan de formulering van wettelijke bepalingen, maar ook aan de structuur en vormgeving van de wet. Overigens wordt erkend dat ingewikkelde en ondoorzichtige wetgeving niet altijd geheel te vermijden is. Dat is het geval als dat wordt veroorzaakt door de ingewikkeldheid van de materie zelf. Ontoegankelijke wetgeving kan echter ook worden veroorzaakt door onvoldoende bekwaamheid of tijd bij de makers van de wet om helder te formuleren. Een andere oorzaak is dat participanten in het wetgevingsproces een volledige greep van de overheid of uiterste rechtvaardigheid in alle situaties en gevallen nastreven. Dit laatste resulteert dan in verfijnde regelgeving. Dergelijke fijnzinnige regels kunnen mede door controleproblemen tot gevolg hebben dat het beoogde effect van de wet niet wordt bereikt. De regels schieten dan tekort, zowel wat betreft de rechtszekerheid als de doeltreffendheid. Hier is (opnieuw) goed zichtbaar dat de kwaliteitseisen uit de nota Zicht op wetgeving onderling verband met elkaar houden en op elkaar inwerken.