Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/5.2.3:5.2.3 Doeltreffendheid en doelmatigheid
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/5.2.3
5.2.3 Doeltreffendheid en doelmatigheid
Documentgegevens:
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491614:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1990/91, 22 008, nrs. 1-2, p. 25-26.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De wetgever geeft de volgende betekenis aan de tweede kwaliteitseis.1 Wetten moeten op zijn minst in belangrijke mate tot verwezenlijking van de daarmee beoogde doelstellingen leiden. Dit is het vereiste van doeltreffendheid of effectiviteit. Daarnaast moet de wet niet tot onnodige inefficiëntie in de samenleving of bij de overheid leiden. Voorkomen moet worden dat een wanverhouding ontstaat tussen de baten en lasten die uit de werking van de wet zullen of kunnen voortvloeien. Dit is het vereiste van doelmatigheid of efficiëntie. Er is slechts sprake van voldoende aandacht voor de noodzakelijke doeltreffendheid en doelmatigheid indien vóór het ontwerpen van een wettelijke regeling de daaraan ten grondslag liggende doelstellingen helder, volledig en zo concreet mogelijk worden geformuleerd. Daarbij moet het geheel van ‘doel-middel-relaties’ zo goed mogelijk worden geïnventariseerd. Dit vereist een zorgvuldige analyse van het maatschappelijk probleem, de betreffende maatschappelijke sector en de daarbij spelende belangen. Deze aspecten moeten in de toelichting bij elke regeling inzichtelijk worden gemaakt. Een goede voorlichting en begeleiding bij de invoering van de wet zal bevorderlijk zijn voor de doeltreffendheid en doelmatigheid van die wet.