Einde inhoudsopgave
Beleidsbepaling en aansprakelijkheid (VDHI nr. 170) 2021/6.6.1.1
6.6.1.1 Bijzondere kenmerken van de commanditaire vennoot
mr. J.E. van Nuland , datum 21-09-2020
- Datum
21-09-2020
- Auteur
mr. J.E. van Nuland
- JCDI
JCDI:ADS254392:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie Rapport, p. 107 voor de daaraan ten grondslag liggende motivering.
Rapport, p. 23 en 68.
Rapport, p. 107.
Vgl. Rapport, p. 107-108.
Met uitzondering van, behoudens een andersluidende regeling, andere handelingen dan die gelet op het doel van de vennootschap tot haar normale werkzaamheden behoren, alsmede handelingen die geen uitstel kunnen lijden (artikel 14 lid 4), zie Rapport, p. 108.
Op dit punt wordt aangesloten bij het voorontwerp Van der Grinten, zie Ontwerp voor een Nieuw Burgerlijk Wetboek, vierde gedeelte (Boek 7), Den Haag: Staatsdrukkerij- en uitgeverijbedrijf 1972, p. 1113, waarover Tervoort 2013, p. 87-88.
Rapport, p. 108.
De bepalingen in titel 3 van Boek 3 BW, handelend over de volmacht, vinden buiten het vermogensrecht overeenkomstige toepassing voor zover de aard van de rechtshandeling of de rechtsbetrekking zich daartegen niet verzet (art. 3:79 BW), waardoor de positie van de gevolmachtigde commanditaire vennoot (mede) door deze bepalingen wordt beheerst.
Zie artikel 3:66 BW.
Rapport, p. 108; in dat geval spreekt men van middellijke vertegenwoordiging, waarover uitgebreid Asser/Van der Grinten & Kortmann 2-I 2004/102 e.v., en worden niet zonder meer alle rechtshandelingen van de commanditaire vennoot aan de vennootschap toegerekend.
Rapport, p. 52.
Rapport, p. 109.
HR 29 mei 2015, NJ 2015, 380, m.nt. Van Schilfgaarde (Katterug).
Dit in afwijking van artikel 2, waarin is bepaald dat ook afdeling 4 betreffende de CV van regelend recht is. Partijen kunnen voor wat betreft artikel 22 dus slechts bij overeenkomst afwijken van lid 2.
Een nadere regeling die ziet op de rechtspositie van de commanditaire vennoot is in de vierde afdeling van het ontwerp bij het Rapport opgenomen. De bijzondere kenmerken zijn verwoord in artikel 22, aan de hand waarvan onmiddellijk duidelijk wordt dat voor de commanditaire vennoot een geheel nieuwe rechtspositie wordt beoogd. Het naamvoeringsverbod wordt geheel afgeschaft.1 Ook het bestuursverbod wordt afgeschaft en de Werkgroep wenst de commanditaire vennoot bij wijze van volmacht aan het rechtsverkeer te laten deelnemen. Ter voorkoming van misbruik voorziet artikel 22 in een bijzondere aansprakelijkheidsregeling.2 In de verliezen van de vennootschap draagt hij niet verder bij dan het bedrag van de overeengekomen inbreng (artikel 22 lid 2).3
De afschaffing van het bestuursverbod, wordt in het teken van de vertegenwoordiging geplaatst;4 zoals hiervoor aangegeven is het echter ook mogelijk dat de commanditaire vennoot, zelfs uitsluitend,5 het bestuur van de CV op zich neemt. Het eerste lid bepaalt dat de commanditaire vennoot géén rechtshandelingen mag verrichten ten name van de vennootschap, tenzij hem daartoe volmacht is verleend.6 Deze volmacht kan in het algemeen worden verleend, bijvoorbeeld in de overeenkomst van de vennootschap, of incidenteel.7 De positie van de commanditaire vennoot is zodoende gelijk aan die van een gevolmachtigde:8 handelt hij onbevoegd, dan is de commanditaire vennoot mogelijk aansprakelijk op grond van artikel 3:70 BW jegens de wederpartij bij de betreffende rechtshandeling. Handelt hij daarentegen bevoegd, dan bindt hij de vennootschap.9 De regeling laat ook toe dat de commanditaire vennoot in eigen naam handelt, maar voor rekening van de vennootschap. In dat geval is de commanditaire vennoot weliswaar partij bij de betreffende rechtshandeling, maar komen de voor- en nadelen voor rekening van de vennootschap.10
De Werkgroep heeft oog gehad voor de onverantwoorde risico’s die de commanditaire vennoot zou kunnen nemen, indien hij de vennootschap kan binden en deelt in haar winsten, terwijl hij daarvoor niet persoonlijk gebonden raakt. Het derde lid bepaalt daarom dat de commanditaire vennoot hoofdelijk aansprakelijk is voor het boedeltekort, indien zijn handelen krachtens volmacht een belangrijke oorzaak is van het faillissement.11 De formulering van artikel 22 lid 3 is ontleend aan artikel 2:248 (138) lid 1 BW. Jurisprudentie bij deze laatste bepaling kan dan ook waar zinvol worden gebruikt voor de uitleg van artikel 22 lid 3, aldus de Werkgroep.12 In lijn met artikel 2:248 (138) BW wordt in artikel 22 lid 4 aan de rechter een matigingsbevoegdheid toegekend, waarbij aansluiting is gezocht bij het hiervoor besproken arrest van de Hoge Raad van 29 mei 2015.13 De rechter kan het bedrag waarvoor een commanditaire vennoot aansprakelijk is, verminderen indien hem dit bovenmatig voorkomt, gelet op de aard en de ernst van het handelen door de commanditaire vennoot, de andere oorzaken van het faillissement, alsmede de wijze waarop dit is afgewikkeld. Ten slotte bepaalt lid 6 dat van het eerste lid en de leden 3 tot en met 5 niet kan worden afgeweken.14
Hierna zal ik nader ingegaan op de strekking en de reikwijdte van het voorgestelde artikel 22. Daarbij maak ik een onderscheid tussen onbevoegd handelen door de commanditaire vennoot enerzijds en bevoegd handelen anderzijds.
6.6.1.1.1 Onbevoegd handelen: géén volmacht6.6.1.1.2 Bevoegd handelen: handelen krachtens volmacht