Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht
Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/3.2.8:3.2.8 Het primair vestigingsrecht
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/3.2.8
3.2.8 Het primair vestigingsrecht
Documentgegevens:
mr. H.J.M.M. van Boxel, datum 11-05-2011
- Datum
11-05-2011
- Auteur
mr. H.J.M.M. van Boxel
- JCDI
JCDI:ADS439334:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van Solinge 1994, § 4.5a, p. 197.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 49tweede deel VWEU verwoordt het primair vestigingsrecht: 'De vrijheid van vestiging omvat (...) de oprichting en het beheer van ondernemingen, en met name van vennootschappen in de zin van de tweede alinea van artikel 54, overeenkomstig de bepalingen welke door de wetgeving van het land van vestiging voor de eigen onderdanen zijn vastgesteld'.
In een nadere afbakening van het begrip stelt Van Solinge1 zich de vraag of het oprichten van een nieuwe vennootschap door een bestaande vennootschap in een andere lidstaat moet worden gebracht onder het primair dan wel het secundair vestigingsrecht. Kenmerkend daarbij is dat de hoofdvestiging in een andere lidstaat wordt gelokaliseerd. Volgens Van Solinge kan het primair vestigingsrecht niets anders betekenen dan verplaatsing van het gehele bedrijf en in de meeste gevallen dus ook van het hoofdbestuur naar een andere lidstaat.
Daarmee wordt door hem aan het primair vestigingsrecht een beperkt toepassingsbereik toegekend.