Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/5.5.6.6:5.5.6.6 Een botsing tussen Manfredi en Van Schijndel?
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/5.5.6.6
5.5.6.6 Een botsing tussen Manfredi en Van Schijndel?
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS582336:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hartkamp 2007a, p. 36.
HvJ EG 11 mei 2000, zaak C-38/98 (Renault/Maxicar), Jur. 2000, p.1-2973, Nj 2003, 627 m.nt. PV.
Hartkamp 2007a, p. 24-25, p. 36.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Van Schijndel zou volgens Hartkamp achterhaald zijn door het Manfredi-arrest.1 In Manfredi overweegt het HvJ EG (r.o. 31):
'Voor het overige zij eraan herinnerd dat de artikelen 81 EG en 82 EG bepalingen van openbare orde zijn die door de nationale rechter ambtshalve moeten worden toegepast (zie in deze zin arrest van 1 juni 1999, Eco Swiss, C-126/97, Jurispr. blz. 1-3055, punten 39 en 40).'
De Derde Kamer van het HvJ EG lijkt in Manfredi de door het Plenum (bijeenkomst in voltallige zitting) van het HvJ EG in Van Schijndel uiteengezette weg kwijt te zijn geraakt. Europees mededingingsrecht is namelijk niet van openbare orde in algemene zin en hoeft door de rechter niet ambtshalve buiten de rechtsstrijd van partijen om te worden toegepast. Verzachtende omstandigheid is dat het een min of meer ten overvloede opgenomen overweging van het HvJ EG betreft die niet de kern van de beslissing van het arrest weergeeft.
Het HvJ EG verwijst in Manfredi naar de rechtsoverwegingen 39 en 40 van het Eco Swiss/Benetton-arrest. In rechtsoverweging 39 van het Eco Swiss/Benettonarrest wordt volgens Hartkamp 'het openbare orde-karakter van art. 81 EG gemotiveerd met een verwijzing naar punt 36; daar wordt het fundamentele belang van art. 81 gemotiveerd met een verwijzing naar lid 2 van die bepaling, dat strijdige overeenkomsten nietig verklaart.' De verwijzing van het HvJ EG naar Eco Swiss/Benetton is echter onjuist. In Eco Swiss/Benetton wordt in rechtsoverweging 39 slechts geoordeeld dat artikel 81 EG van openbare orde is in de zin van het Executieverdrag van New York. Dat betekent nog niet dat artikel 81 EG ook van openbare orde is in de zin van ons nationale recht inzake ambtshalve aanvulling van gronden. Zo wordt bijvoorbeeld in het Renault-arrest artikel 82 EG niet als een bepaling van openbare orde in de zin van artikel 27 sub 1 EEXverdrag (thans artikel 34 sub 1 EEX-vo) gezien.2 Onder het regime van de EEX-VO worden de in een lidstaat gegeven beslissingen in de overige lidstaten erkend zonder vorm van proces. Een beslissing wordt op grond van artikel 34 sub 1 EEX-VO niet erkend indien de erkenning kennelijk strijdig is met de openbare orde van de aangezochte lidstaat.
In § 5.5.2 heb ik het standpunt van Hartkamp, dat deze discussie niet meer van praktisch belang is nu de Hoge Raad in het Vreugdenhil-arrest heeft beslist dat artikel 81 EG ambtshalve buiten de rechtsstrijd van partijen zou moeten worden toegepast, reeds genuanceerd.3 Artikel 81 EG hoeft niet ambtshalve buiten de rechtsstrijd van partijen te worden toegepast.