De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen
Einde inhoudsopgave
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/3.3.4.8:3.3.4.8 De pandhouder en de vruchtgebruiker
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/3.3.4.8
3.3.4.8 De pandhouder en de vruchtgebruiker
Documentgegevens:
mr. E.J. Breukink, datum 15-04-2022
- Datum
15-04-2022
- Auteur
mr. E.J. Breukink
- JCDI
JCDI:ADS649655:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Nowak 2004, p. 675. Schwarz 1995, p. 204 noemt het opvallend dat de wetgever de positie van beperkt gerechtigden op aandelen gelijk stelt aan die van certificaathouders, omdat hun relatie met de vennootschap feitelijk volstrekt verschillend is.
Kamerstukken II 2008/09, 31 058, nr. 6 (Nota n.a.v. het verslag), p. 48.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art 2:88 lid 4 BW bepaalt voor de NV dat de vruchtgebruiker met stemrecht dezelfde rechten heeft als die door de wet zijn toegekend aan de bewilligde certificaathouder. De vruchtgebruiker zonder stemrecht heeft deze rechten eveneens, tenzij hem deze bij de vestiging of de overdracht van het vruchtgebruik of bij de statuten worden onthouden. Art. 2:89 lid 4 BW bepaalt hetzelfde ten aanzien van de pandhouder. Op grond van art. 2:88 lid 4 BW en art. 2:89 lid 4 BW in samenhang met art. 2:114a lid 2 BW hebben vruchtgebruikers en pandhouders met stemrecht dus het agenderingsrecht. Vruchtgebruikers en pandhouders zonder stemrecht hebben het agenderingsrecht eveneens, tenzij bij de overdracht of in de statuten anders is bepaald.1 Bij de BV geldt zoals gezegd dat art. 2:224a BW het agenderingsrecht behalve aan aandeelhouders toekent aan anderen die het vergaderrecht hebben. Die anderen zijn naast de houders van certificaten waaraan bij de statuten vergaderrecht is verbonden, de vruchtgebruikers en pandhouders met stemrecht. Vruchtgebruikers en pandhouders zonder stemrecht hebben vergaderrecht (en daarmee dus agenderingsrecht) indien de statuten dit bepalen, en bij de vestiging van het vruchtgebruik of pandrecht niet anders is bepaald.2
Art. 2:227 lid 2, laatste volzin BW spreekt expliciet over ‘certificaten van aandelen’. Ik meen daarom dat het bij de BV niet mogelijk is om in de statuten een orgaan aan te wijzen dat bevoegd is om het vergaderrecht (en daarmee het agenderingsrecht) aan vruchtgebruikers en pandhouders zonder stemrecht toe te kennen en van hen te ontnemen. Uit art. 2:227 lid 2 BW volgt voorts dat het vergaderrecht kan toekomen aan pandhouders en vruchtgebruikers op aandelen, maar niet aan pandhouders en vruchtgebruikers op certificaten. Indien certificaten met vergaderrecht in pand of in vruchtgebruik worden gegeven, komt het vergaderrecht (en dus het agenderingsrecht) toe aan de certificaathouder.3