Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/3.2.3.1
3.2.3.1 De betekenis van ‘gebonden gemeenschap’
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS383397:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Voetnoten
Voetnoten
HR 26 november 1897, W. 7047 (Boeschoten/Besier); HR (Civiele kamer) 24 januari 1947, ECLI:NL:HR:1947:BG9451, NJ 1947/71 (Rouma/Levelt) en HR 17 december 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC1182, r.o. 3.6, NJ 1994/301, m.nt. J.M.M. Maeijer (Van den Broeke/Van der Linden); Heuff 1970, p. 10; Mohr 2009, p. 54.
HR 17 december 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC1182, NJ 1994/301, m.nt. J.M.M. Maeijer (Van den Broeke/Van der Linden).
Slagter, GS Personenassociaties II.I.10.2 (online, laatst bijgewerkt op 1 oktober 2008).
Slagter, GS Personenassociaties II.I.10.2 (online, laatst bijgewerkt op 1 oktober 2008).
Slagter, GS Personenassociaties II.I.10.2 (online, laatst bijgewerkt op 1 oktober 2008); Huizink 2011, p. 20 en Asser/Maeijer 5-V 1995/201.
Hof ’s-Hertogenbosch 2 april 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ6726, JOR 2013/298, m.nt. Chr.M. Stokkermans.
Huizink 2011, p. 19 en HR (Civiele kamer) 24 januari 1947, ECLI:NL:HR:1947:BG9451, NJ 1947/71 (Rouma/Levelt). De goederen zijn juist in gemeenschap gebracht met de bestemming om ze ten behoeve van de vennootschap aan te wenden en hiermee is niet verenigbaar dat een vennoot verdeling vordert.
Zie ook Rb. ’s-Gravenhage 29 september 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BX9441: ‘waartoe de deelgenoot zelf niet bevoegd is, is zijn crediteur evenmin bevoegd’ (het nemo plus iuris-beginsel).
Ook Rb. Rotterdam 19 juni 1913, NJ 1913, p. 1067.
De vennootschappelijke gemeenschap is een ‘gebonden gemeenschap’, wat wil zeggen dat de vennootschappelijke goederen ondergeschikt/gebonden zijn aan het vennootschappelijke doel: de vennoten mogen de vennootschappelijke goederen tijdens de duur van de vennootschap uitsluitend aanwenden ter bevordering van het doel van de VOF (dit wordt wel beschikkings- of doelgebondenheid genoemd).1
In 1993 gaf de Hoge Raad een duidelijke omschrijving van ‘gebonden gemeenschap’ en liet daarbij zien dat ‘gebonden gemeenschap’ en ‘afgescheiden vermogen’ twee verschillende begrippen zijn:2
‘De in een vennootschap onder firma ingebrachte goederen vormen een gebonden gemeenschap; zij zijn bestemd om te worden aangewend tot het bereiken van het doel der vennootschap. Een vennoot kan tijdens de duur der vennootschap niet vrijelijk beschikken over zijn aandeel in die goederen en evenmin aanspraak maken op een uitkering ten laste van het vennootschapsvermogen voor zover een dergelijke aanspraak niet uit het vennootschapscontract of een in overeenstemming daarmee genomen besluit voortvloeit. Voorts vormen de goederen van de vennootschap een afgescheiden vermogen dat dient als verhaalsobject voor de schuldeisers van de vennootschap.’
Deze gebondenheid vloeit voort uit hetgeen waartoe de vennoten zich in de vennootschapsovereenkomst jegens elkaar hebben verbonden:3 het bereiken van een gemeenschappelijk doel door middel van de inbreng. De beschikkingsgebondenheid heeft met name betekenis in de interne verhoudingen: het biedt een waarborg voor de vennoten dat het vennootschappelijk vermogen niet buiten hun wil om door andere vennoten of hun privéschuldeisers zal worden aangetast.4 De rechtsband tussen de rechthebbenden van de gemeenschappelijke goederen is van zodanige aard, dat de vennoten noch contractueel mógen noch goederenrechtelijk zelfstandig kúnnen beschikken.5 Zo mag en kan een vennoot in privé geen (deel van een) vordering van de VOF innen,6 mag en kan hij zijn aandeel in een gemeenschappelijk goed niet overdragen en mag en kan hij tijdens het bestaan van de VOF geen scheiding en deling van de gemeenschap vorderen.7 Zijn privécrediteuren, die niet méér rechten kunnen doen gelden dan hun schuldenaar,8 kunnen onder meer niet het aandeel van de vennoot in de vennootschappelijke gemeenschap of in de afzonderlijke goederen uitwinnen9 en kunnen geen verdeling vorderen zolang de VOF niet is ontbonden. De rechtsgevolgen van handelingen in strijd met de beschikkingsgebondenheid verschillen al naar gelang een vennoot een aandeel in een afzonderlijk goed of in de gehele gemeenschap wil vervreemden.