De bij dode opgerichte stichting
Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/3.4.1.6:3.4.1.6 Geen problemen bij de krachtens directe last opgerichte stichting
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/3.4.1.6
3.4.1.6 Geen problemen bij de krachtens directe last opgerichte stichting
Documentgegevens:
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232295:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de krachtens directe last (artikel 4:130 BW) opgerichte stichting kan geen uitzondering worden gemaakt op de bestaanseis (artikel 4:56 BW), zoals Van der Grinten voor ogen stond. Dit is ook niet nodig. De directe last is het gevolg van een willens en wetens gemaakte uiterste wilsbeschikking, waarbij aan de erfgenamen of de executeur de verplichting wordt opgelegd een stichting op te richten. De gevolgen hiervan kent de erflater of behoort hij te kennen en deze moeten daardoor ook worden aanvaard. Nietigheid is in dat geval immers de uitdrukkelijke keuze van de wetgever.
Voor de krachtens een directe last opgerichte stichting blijft de mogelijkheid over voordeel te trekken uit niet-makingen zoals een lastbevoordeling of een begunstiging uit een levensverzekering. Daarvoor geldt de bestaanseis niet zodat geen speciale voorzieningen nodig zijn. Voor de levensverzekering is de verklaring hiervoor dat de uitkering uit een levensverzekering kan voortvloeien uit een derdenbeding. Een dergelijk beding kan zelfs gemaakt worden voor een nog niet bestaande derde. In 6.2.3.3.2 kom ik hierop terug.