Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking
Einde inhoudsopgave
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/3.14.1:3.14.1 Slotsom
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/3.14.1
3.14.1 Slotsom
Documentgegevens:
mr. A.C. Faber, datum 16-03-2020
- Datum
16-03-2020
- Auteur
mr. A.C. Faber
- JCDI
JCDI:ADS196887:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover 2.7.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
[131] Uit de totstandkomingsgeschiedenis en de jurisprudentie is het volgende afgeleid. De onmiddellijke voorziening is in de wet opgenomen ten behoeve van de effectiviteit van de enquêteprocedure. In het belang van die doeltreffendheid heeft de wetgever gekozen voor een procedure met een niveau van waarborgen, vergelijkbaar met dat van het kort geding. De bevoegdheid, waarvan de reikwijdte in de jurisprudentie wordt geconcretiseerd, staat ten dienste van de doeleinden van de enquêteprocedure. In het belang van die doeleinden is de bevoegdheid verstrekkend. In de enquêteprocedure staat het belang van de rechtspersoon centraal.1 Dat geldt ook voor de onmiddellijke voorziening. Dat neemt niet weg dat op andere belangen acht geslagen moet worden.
In verband met het onderzoeksthema is dit karakter van de onmiddellijke voorziening relevant. Tegen de achtergrond van dit karakter zullen de belangen van de wederpartij van de rechtspersoon moeten worden beschouwd.