Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/5.7.2.1:5.7.2.1 Poging, mededader en medeplichtige
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/5.7.2.1
5.7.2.1 Poging, mededader en medeplichtige
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859160:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In tegenstelling tot artikel 4.6 § 1, 1° BBW verwoordt de wet in § 1, 2° BBW niet expliciet dat de bepaling ook ziet op de mededader en medeplichtige. In een eerdere versie was deze vermelding wel in de wet opgenomen.1 De woorden ‘dader’, ‘mededader’ en ‘medeplichtige’ zijn uiteindelijk geschrapt, omdat ze teveel zouden kunnen verwijzen naar een strafproces.2 Dat brengt echter niet mee dat deze personen de sanctie van onwaardigheid ontlopen. Artikel 4.6 § 1, 2° BBW geldt, naast de dader, ook voor de mededader en medeplichtige.3
De Belgische wetgever hecht bij onwaardigheid veel belang aan rechtszekerheid. Duidelijk afgebakende criteria moeten daaraan bijdragen. Vanuit dat oogpunt bezien, is het opvallend te noemen dat de tekst van artikel 4.6 § 1, 2° BBW niet tot uitdrukking brengt dat de bepaling ziet op zowel de dader als de mededader en medeplichtige. Bovendien overtuigt het argument niet dat deze terminologie teveel zou kunnen verwijzen naar het strafrecht, omdat de bepaling alsnog strafrecht ademt door de verwijzing naar concrete strafbare feiten.4
Artikel 4.6 § 1, 2° BBW koppelt onwaardigheid niet alleen aan voltooide delicten. Net als bij de eerste grond komt ook hier de poging een dergelijk feit te plegen de dader op onwaardigheid te staan.