Re-integratie van de zieke werknemer; Nederland, Duitsland en flexicurity
Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/2.7.3:2.7.3 WIA
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/2.7.3
2.7.3 WIA
Documentgegevens:
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS582790:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook G.A. Diebels ‘Voorbij de Poort wacht de WIA’, Arbeid Integraal 2007 nr.3, p.89-99.
Art. 4 WIA. Onder duurzaam wordt verstaan een medisch stabiele of verslechterende situatie maar ook een medische situatie waarbij op lange termijn een geringe kans op herstel bestaat.
Art. 59 WIA.
De berekeningssystematiek is terug te vinden in art. 60-63 WIA.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Na het verstrijken van de wachttijd van 104 weken kan een arbeidsongeschikte werknemer in aanmerking komen voor een WIA-uitkering.1 Bij een werknemer die een WIA-uitkering aanvraagt, wordt na een verzekeringsgeneeskundig en een arbeidsdeskundig onderzoek de mate van arbeidsongeschiktheid bepaald. Dit onderzoek richt zich op de mogelijkheden om ‘algemeen geaccepteerde arbeid te verrichten, waartoe de verzekerde met zijn krachten en bekwaamheden in staat is’. Daarmee wordt de band met de ‘bedongen arbeid’ uit het BW of ‘zijn arbeid’ uit de ZW doorgesneden, met als gevolg dat arbeidsgeschiktheid meer in het algemeen wordt beoordeeld en niet meer naar de situatie bij de werkgever. Of de werknemer dat algemeen geaccepteerde werk ook echt kan verkrijgen, wordt niet meegewogen. Afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid komt de werknemer in aanmerking voor één van twee soorten WIA-uitkering.
Als de werknemer volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is, krijgt hij een uitkering uit de Inkomensverzekering voor volledig en duurzame arbeidsongeschikten (IVA). Voorwaarde is dat de verzekerde als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur.2 Een duurzaam percentage van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100 leidt dus tot een IVA-uitkering. De IVA-uitkering bedraagt 75% van het maandloon, met een maximumvan het maximum dagloon. Bij hulpbehoevendheid kan de uitkering worden verhoogd naar 100%. De uitkering loopt in beginsel door tot het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. Is al vroeg duidelijk dat een werknemer volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is, dan kan hij na 13 weken arbeidsongeschiktheid een IVA-uitkering aanvragen.3
Is de verzekerde gedeeltelijk arbeidsongeschikt dan komt hem een Werkhervattingsuitkering Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) toe. Gedeeltelijk arbeidsgeschikt is hij die als rechtstreeks en objectiefmedisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling slechts in staat is met arbeid ten hoogste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur, doch die niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 80 leidt dus tot een WGA-uitkering, net als een niet-duurzame arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Die WGA-uitkering kent drie vormen. De loongerelateerde WGA-uitkeringwordt toegekend als wordt voldaan aan een referte-eis.4 In dat geval duurt de uitkering ten minste drie en ten hoogste 38 maanden, afhankelijk van het arbeidsverleden.5 De hoogte is de eerste twee maanden 75%, daarna 70% van het laatstverdiende loon, met een maximum van het maximumdagloon. Na het verstrijken van de loongerelateerde periode krijgt de werknemer óf een WGA-loonaanvullingsuitkering óf een WGA-vervolguitkering. 6 De eerste wordt uitgekeerd als de verzekerde er in slaagt ten minste de helft van zijn resterende verdiencapaciteit in te zetten in betaald werk. Die WGA-loonaanvullingsuitkering wordt dan gekoppeld aan het oude loon. Lukt het de werknemer echter niet om zijn restverdiencapaciteit voldoende te gebruiken dan krijgt hij slechts een WGA-vervolguitkering, waarvan de hoogte is gekoppeld aan het minimumloon. 7 Zowel de WGA-loonaanvullingsuitkering als de WGA-vervolguitkering lopen in beginsel door tot de AOW-gerechtigde leeftijd. Is eenwerknemer voorminder dan 35% arbeidsongeschikt in de zin van de WIA (de zgn. ‘35-minner’) dan wordt hij in het geheel niet arbeidsongeschikt geacht. Er kan dan aanspraak bestaan op een WW-uitkering.