Einde inhoudsopgave
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/1.9.2.4
1.9.2.4 De vragen
J.Ph. van Lochem, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
J.Ph. van Lochem
- JCDI
JCDI:ADS494995:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Saunders e.a. 2004, p. 292.
Dillman e.a. 2014, p. 23.
Saunders e.a. 2004, p. 325.
Zoals Dillman e.a. benadrukken, is het van belang om een link te leggen met een organisatie die de respondenten kennen, in dit geval de universiteit, zodat de respondenten eerder geneigd zijn de enquête in te vullen (Dillman e.a. 2014, p. 29 en 39).
Dillman e.a. 2014, p. 32 en 46.
De tekst aan het begin van de enquête luidt: “De wet bevat een aantal open normen, die onderwerp zijn van deze enquête. Er wordt met name gekeken naar de invulling van die open normen binnen het huurrecht.Met het begrip ‘open norm’ wordt het volgende bedoeld: een rechtsregel die nog zo onbepaald is dat deze in de (rechts)praktijk (door partijen en/of door de rechter) nader ingevuld moet worden. Een veelgebruikte open norm is de redelijkheid en billijkheid. Wat redelijk en billijk is, hangt af van de context waarin het begrip wordt gebruikt.Er zijn diverse open normen in de wet terug te vinden. In dit onderzoek komt een aantal open normen aan de orde. Voor de volledigheid worden die toegelicht, zodra ze aan bod komen.”
Procespartij, advocaat of rechter.
Het antwoord op deze vraag bleek in de loop van het onderzoek niet relevant voor dit proefschrift en om die reden komt het antwoord op die vraag niet terug in dit proefschrift.
Bijvoorbeeld hoe vaak men te maken heeft met open normen.
In dit proefschrift is dit niet aangemerkt als een open norm, bij gebrek aan normerende factor.
Ook dit toetsingskader is in dit proefschrift niet aangemerkt als open norm, bij gebrek aan normerende factor.
Saunders e.a. 2004, p. 315.
Saunders e.a. 2004, p. 315.
Dillman e.a. 2014, p. 106.
Saunders e.a. 2004, p. 315.
Dillman 2014, p. 36.
Dillman 2014, p. 33.
Saunders e.a. 2004, p. 305.
Bijvoorbeeld de vraag “Hoeveel ervaring heeft in uw voornoemde rol?”, met als mogelijke antwoorden: ‘0 - 3 jaar’, ‘4 - 8 jaar’, ‘9 - 15 jaar’ en ‘16 jaar of meer’.
Bijvoorbeeld de vraag “Wat vindt u van de hanteerbaarheid van open normen in de praktijk?”, met als mogelijke antwoorden: ‘Functioneel’, ‘Disfunctioneel’, ‘Adequaat’, ‘Problematisch’ en ‘Anders, nl. ……’.
Bijvoorbeeld de vraag “Onderhandelt u bij het sluiten van een huurovereenkomst (ook) over de inhoud van de algemene bepalingen / algemene voorwaarden?”, met als mogelijke antwoorden: ‘(Vrijwel) altijd’, ‘Regelmatig’, ‘Zelden’ en ‘Nooit’.
Voor een uitgebreide toelichting over hoe je vragenlijsten moet opstellen en gebruiken, verwijzen Saunders e.a. naar Dillman e.a.1 Dillman e.a. zetten uiteen dat een positief appel op de respondent (ofwel: de begeleidende tekst bij een vragenlijst) van invloed is op de kans dat de respondent de enquête invult.2 Om die reden is gekozen voor zowel een korte begeleidende tekst in de e-mail waarmee de link naar de enquête is gestuurd als een korte intro op de startpagina van de enquête. De enquêtes zijn voorts zoveel mogelijk aan het begin van de werkweek verspreid om de respons te vergroten.3
De korte intro die zichtbaar is als de link wordt geopend, informeert de respondent dat de enquête wordt gehouden in het kader van een promotieonderzoek4 en verzoekt de respondent om vrijelijk te antwoorden. Ook wordt de respondent geïnformeerd dat het invullen van de enquête ongeveer tien minuten in beslag neemt. Bij het opstellen van de vragenlijst is rekening gehouden met het feit dat een respondent niet veel tijd aan de beantwoording zal willen besteden.5 Door de enquête voorafgaand aan het uitzetten daarvan door een aantal proefpersonen in te laten vullen (om te controleren of alle vragen begrijpelijk zijn), is achterhaald of de benodigde tijd niet excessief was.
Na deze korte intro volgt een beknopte toelichting van wat in het kader van dit onderzoek verstaan wordt onder een ‘open norm’.6
Voorafgaand aan het formuleren van de vragen is nagegaan over welke onderwerpen de opinie van de respondenten gewenst was. Die onderwerpen vormen de categorieën van de vragen:
Introductie (met welke respondent hebben we te maken7 en hoe ervaren is deze respondent in die functie8);
Algemeen (algemene opvattingen over dan wel ervaringen met open normen9);
Redelijkheid en billijkheid;
Alle omstandigheden van het geval10;
Goed huurder;
Onredelijk bezwarend;
Onvoorziene omstandigheden11.
Na het vaststellen van de categorieën, zijn de specifieke vragen ontwikkeld.
Een logisch verloop van de vragen in een enquête vergroot de kans dat respondenten de gehele enquête invullen. In dat kader is het bevorderlijk om de respondent alleen de vragen te laten zien die hij/zij moet invullen.12 In de enquête die is gebruikt voor dit proefschrift zijn enkele vragen afgestemd op het type respondent: (proces)partij, advocaat of rechter. Daartoe is de filtervraag “Wat is uw rol in het juridische proces?” geprogrammeerd, met als beantwoordingsmogelijkheden ‘procespartij’, ‘advocaat’ en ‘rechter’. Afhankelijk van het gekozen antwoord is de vragenlijst zo geprogrammeerd, dat alleen de vragen die horen bij de desbetreffende respondent verschijnen. Zo is tegemoet gekomen aan de constatering door Saunders e.a. dat respondenten het overslaan van vragen in het algemeen hinderlijk vinden13 en de bevinding van Dillman e.a. dat het beter is om te programmeren dat respondenten enkel de voor hen bestemde vragen te zien krijgen om fouten bij het invullen van de antwoorden te voorkomen.14
Ook is rekening gehouden met het advies van Saunders e.a., dat het verstandig is om nieuwe onderwerpen met een korte inleiding te introduceren.15 Zo zijn de vragen per onderwerp op een eigen pagina weergegeven (na beantwoording van alle vragen kan geklikt worden op ‘volgende’ om naar de volgende pagina te gaan), met bovenaan duidelijk het onderwerp van die pagina weergegeven; bij de start van ieder nieuw onderwerp verschijnt een korte introductietekst.
Naast het voornoemde is rekening gehouden met het feit dat Dillman e.a. hebben aangegeven dat respondenten niet graag ‘gevoelige’ (persoonlijke) informatie verstrekken.16
Tot slot is ook getracht de vragen eenvoudig te houden17, in ieder geval voor respondenten die te maken hebben met het (huur)recht en om die reden al wel over enige kennis beschikken. Ook hier was het doel ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk respondenten niet alleen starten aan de enquête, maar deze ook afronden. Als aanmoediging daartoe, is tijdens het invullen van de enquête bovenin een balk zichtbaar die loopt van 0% naar 100% naarmate meer vragen worden beantwoord.
In de vragenlijst is gekozen voor zowel gesloten vragen en gesloten vragen met de mogelijkheid tot het geven van een korte toelichting, als open vragen. Een enquête leent zich bij uitstek voor gesloten vragen, maar open vragen hebben ook nut in enquêtes bij een verkennend onderzoek18.
Voor de gesloten vragen (eventueel met de mogelijkheid tot het geven van een toelichting) is zowel gebruik gemaakt kwantiteitsvragen19, van schaal-/beoordelingsvragen20 en categorievragen21.
De vragen zijn erop gericht om informatie te verkrijgen over de wijze waarop rechters, advocaten en procespartijen tegen de open normen in de context van het huurrecht aankijken. Dit levert een illustratie op van de beleving van de aspecten ‘ruimte’ en ‘rechtsonzekerheid’ in de praktijk.
De gestelde vragen zijn opgenomen als bijlage bij dit proefschrift.