Einde inhoudsopgave
RvdW 2018/681
Recht tot strafvordering is vervallen wegens verstrijken termijn verjaring. Ambtshalve niet-ontvankelijkverklaring van de OvJ in de vervolging.
HR 29-05-2018, ECLI:NL:HR:2018:781
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
29 mei 2018
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, E.S.G.N.A.I. van de Griend, M.J. Borgers
- Zaaknummer
17/02679
- Conclusie
plv. A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:781, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 29‑05‑2018
ECLI:NL:PHR:2018:501, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 03‑04‑2018
Essentie
Recht tot strafvordering is vervallen wegens verstrijken termijn verjaring. Ambtshalve niet-ontvankelijkverklaring van de OvJ in de vervolging.
Partij(en)
29 mei 2018
Strafkamer
nr. S 17/02679
IV/SG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem, zitting houdende te Leeuwarden, van 28 oktober 2008, nummer 24/000580-08, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967.
Conclusie
Conclusie plv. A-G mr. D.J.M.W. Paridaens:
1. Het gerechtshof Arnhem, locatie Leeuwarden, heeft de verdachte bij arrest van 28 oktober 2008, wegens “wederspannigheid”, veroordeeld tot een geldboete ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.