Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.4.3.5.3
11.4.3.5.3 Uitzondering i – Verricht of vervaardigd in de Europese Unie
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258740:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
Decision 2.1. Meaning of the word “undertaken” used in Article 8.1 (b) (iv) of the Agreement. (Adopted, 6th meeting, 3 March 1983).
P. Díaz Gavier & J. Guadalupe Báscones, On Article 8.1(b)(iv) of the Customs Valuation Agreement: When Is the Value of Certain Services Supplied by the Buyer Relevant for Customs Value (i.e., Engineering, Development, Artwork, Design, GTCJ 9(6), p. 261-262.
Conclusie 3 van de Expertgroep Douane (afdeling douanewaarde) betreffende engineering, ontwikkeling, werken van kunst en ontwerpen verricht of gemaakt in de Europese Unie.
Om die reden wordt niet enkel in artikel 71, lid 1, onderdeel a, ten eerste, DWU benoemd dat inkoopcommissie geen onderdeel uitmaken van de douanewaarde, maar worden inkoopcommissies ook separaat als aftrekpost opgevoerd in artikel 72, onderdeel e, DWU (onderdeel 11.2.2).
Intellectuele toeleveringen welke zijn verricht of vervaardigd in de Europese Unie vormen geen onderdeel van de transactiewaarde. ‘Verricht of vervaardigd’ verwijst in dat verband naar de plaats waar de daadwerkelijke uitvoering van voornoemde elementen plaatsvindt en niet naar bijvoorbeeld de vestigingsplaats van de koper. In Decision 2.1 van de Commissie douanewaarde van de WHO legt ‘undertaken’ (verricht of vervaardigd) uit als ‘carried out’ (plaatsvinden).1 Een en ander volgt ook uit punt 7 van de Aantekening bij artikel 8, lid 1, onderdeel b, ten vierde, CVA (equivalent van artikel 71, lid 1, onderdeel b, ten vierde, DWU) waarin is vermeld dat:
“Wanneer bij de vervaardiging van het betrokken element diverse landen betrokken zijn en deze fabricage een bepaalde tijdsduur in beslag neemt, blijft de correctie beperkt tot de waarde die buiten het land van invoer daadwerkelijk aan dit element is toegevoegd.”
Indien Decision 2.1 en de Aantekening bij artikel 8, lid 1, onderdeel b, ten vierde, CVA in onderlinge samenhang worden gelezen, volgt daaruit dat aangesloten moet worden bij de plaats waar de productie van de toelevering daadwerkelijk plaatsvindt.2 Een voorbeeld betreft de situatie dat tekeningen worden vervaardigd in een EU-vestiging van een in Zwitserland ingeschreven onderneming en de tekeningen daaropvolgend gratis aan een verkoper van de ingevoerde goederen ter beschikking worden gesteld. De kosten van de tekeningen worden dan niet aan de werkelijk betaalde of te betalen prijs toegevoegd. Indien de productie van de toelevering zowel in de Europese Unie als daarbuiten plaatsvindt, zal het Europese deel onbelastbaar blijven (onderdeel 11.4.4).
Conclusie 3 van de Douane Expertgroep (afdeling douanewaarde) geeft aan wanneer de waarde van de intellectuele toeleveringen die zijn verricht of vervaardigd in de Europese Unie in de werkelijk betaalde of te betalen prijs is vervat, deze kosten niet in aftrek kunnen worden gebracht.3 Artikel 71, lid 1, onderdeel b, ten vierde, DWU geeft namelijk alleen weer welke kosten aan de werkelijk betaalde of te betalen prijs moeten worden toegevoegd, maar voorziet niet in aftrekposten. Nu artikel 72 DWU voor deze gevallen niet in een aftrekpost voorziet, is een Europese intellectuele toelevering, aldus de Technische commissie douanewaarde, belastbaar. De redactie van de artikelen 71 en 72 DWU staat het in aftrek brengen van een dergelijk element dus in de weg.4 In het geval de koper de intellectuele toelevering gratis of tegen verminderde prijs heeft verstrekt, kan deze visie (nog) worden verklaard. Indien de koper een goed gratis of tegen verminderde prijs ter beschikking stelt en voor de aankoop van de ingevoerde producten ook voor (zijn eigen) intellectuele toelevering moet betalen, doet dit vermoeden dat in feite een hogere aankoopprijs wordt berekend door de verkoper. Het is namelijk merkwaardig als een koper de (volledige) prijs betaald voor de waarde van de toelevering die noodzakelijk is geweest voor de productie van de ingevoerde goederen, terwijl hij zelf de toelevering gratis of tegen verminderde prijs ter beschikking heeft gesteld. Dat is anders als de verkoper de toelevering tegen de volledige of verminderde prijs heeft betrokken van de koper. In dat geval zou een doorbelasting op zijn plaats zijn. Echter, in die gevallen lijkt de redactie van de artikelen 70, 71 en 72 DWU ertoe te nopen dat de waarde van de intellectuele toelevering in de douanewaarde wordt betrokken en niet voor aftrek in aanmerking komt. Er wordt namelijk gekeken naar wat de werkelijk betaalde of te betalen prijs is voor de ingevoerde goederen. Indien de verkoper één prijs hanteert waarin de waarde van de elementen zoals genoemd in artikel 71, lid 1, onderdeel b, ten vierde, DWU zijn vervat, bestaat er derhalve geen – ook om de eenvoud van de douanewaardebepalingen te bewaken – mogelijkheid om de waarde van de elementen uit te sluiten.