De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie
Einde inhoudsopgave
De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie (VDHI 119) 2013/5.6.3.1:5.6.3.1 Definitie van medezeggenschap
De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie (VDHI 119) 2013/5.6.3.1
5.6.3.1 Definitie van medezeggenschap
Documentgegevens:
mr. F.G. Laagland, datum 15-07-2013
- Datum
15-07-2013
- Auteur
mr. F.G. Laagland
- JCDI
JCDI:ADS390960:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 3 lid 6 cao nr. 94 definieert het begrip medezeggenschap. De definitie stemt overeen met de implementatie van het begrip uit de SE-Richtlijn in cao nr. 84. Onder medezeggenschap wordt verstaan:
‘de invloed van het orgaan dat de werknemers vertegenwoordigt en/of van de werknemersvertegenwoordigers op de gang van zaken bij een vennootschap via:
het recht om een aantal leden van het toezichthoudend of het bestuursorgaan van de vennootschap te kiezen of te benoemen
of
het recht om met betrekking tot de benoeming van een aantal of alle leden van het toezichthoudend of het bestuursorgaan van de vennootschap aanbevelingen te doen of bezwaar te maken’
De tekst is uit cao nr. 84 overgenomen zonder aandacht te besteden aan de bijzonderheden van de Tiende Richtlijn. De Nationale Arbeidsraad heeft zodoende – net als de Nederlandse en Duitse wetgever – verzuimd de definitie uit te breiden tot de leden van het leidinggevende orgaan. Dit zijn in een dualistische structuur de bestuurders en in een monistische structuur de uitvoerende leden van het bestuursorgaan dan wel de leden van een afzonderlijk directiecomité. Nu de definitie wel het bestuursorgaan noemt, biedt de techniek van richtlijnconform interpreteren uitkomst indien een Nederlandse NV – waarin het spreekrecht (eveneens) op het leidinggevende orgaan betrekking heeft – aan de fusie deelneemt. Een richtlijnconforme interpreatie is lastiger op het moment dat het leidinggevende orgaan los van het bestuursorgaan staat. Dat is het geval bij het bestaan van een directiecomité in Belgische vennootschappen. Niet valt uit te sluiten dat een Belgische SE of een uit een eerdere grensoverschrijdende fusie ontstane Belgische vennootschap een medezeggenschapsstelsel kent dat werknemers invloed geeft op de benoeming van de leden van het directiecomité. Naar mijn mening moet de Belgische defintie niet te strikt worden uitgelegd, zodat – via een richtlijnconforme interpretatie – ook deze invloed van de werknemers onder het toepassingsbereik valt.
De definitie omvat slechts de invloed via het orgaan dat de werknemers vertegenwoordigt of via een werknemersvertegenwoordiging. De directe invloed van werknemers wordt niet genoemd, terwijl ook die wijze van uitoefening onder het medezeggenschapsbegrip valt. Voor de werknemers van Nederlandse vennootschappen heeft dit geen consequenties, nu de medezeggenschap wordt uitgeoefend door de (centrale) ondernemingsraad. Dit is niet in alle lidstaten het geval. Denk aan het Duitse DrittelbG dat aan de werknemers een direct benoemingsrecht toekent ten aanzien van de samenstelling van de Aufsichtsrat. Deze invloed valt niet onder de Belgische definitie van medezeggenschap. In de Belgische literatuur wordt deze lacune vooralsnog niet onderkend. Beter gezegd, de vraag wordt niet opgeworpen. Hoe dient men hiermee om te gaan? Voorop staat dat de Belgische medezeggenschapsdefinitie – die overeenstemt met haar Europese evenknie – ruim moet worden uitgelegd (vgl. hoofdstuk 3.4.2). Dit maakt het mogelijk de complexe toepassingen van buitenlandse medezeggenschapsstelsels onder het toepassingsbereik te brengen. Of dit in praktijk ook zo uitwerkt, is een andere vraag. Dit zal (mede) afhangen van de wijze waarop in de betreffende lidstaten tegen het Europese medezeggenschapsbegrip wordt aangekeken. Het is mijn verwachting dat Belgische adviseurs en notarissen voor de buitenlandse deelnemende vennootschappen bij hun collega’s uit de betreffende lidstaat te rade gaan over de wijze waarop de buitenlandse vennootschap aan medezeggenschap is onderworpen. Ik voorzie daarom weinig problemen met betrekking tot de Duitse directe benoemingsrechten. Daarover bestaat in Duitsland eensgezindheid: dat is Europese medezeggenschap.