Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/10.1.1
10.1.1 Wetsvoorstel verduidelijking van de burgerschapsopdracht aan scholen
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977220:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
ABRvS van 30 maart 2011, 201006801/1/H2, AB 2011; ECLI:RVS:2011:BP 9541.
Onderwijsraad, Verder met burgerschap in het onderwijs, Den Haag 2012, p. 25-26.
Kamerstukken II 2019/20, 35352, nr. 2. Uitgemond in een (bij de behandeling aangescherpte wettekst): Wet van 23 juni 2021, Stb. 2021, nr. 320, in werking getreden op 1 augustus 2021.
Hierna wordt alleen de Wpo genoemd.
Gewijzigd voorstel van wet tot wijziging van een aantal onderwijswetten in verband met verduidelijking van de burgerschapsopdracht aan scholen in het funderend onderwijs (Kamerstukken II 2020/21, 35352, A (mvt), p. 15; vgl. G.J. Kleinjan, ’Burgerschapsles op school: hoe slecht gaat het eigenlijk?’, Trouw 7 juni 2018, p. 4 en Versterking burgerschapsonderwijs, NJB 2021, 28, p. 2372/73.
Kernwaarden van de democratische rechtsstaat en sociale competenties
Onder de tot 1 augustus 2021 vigerende burgerschapsopdracht gold, dat ‘scholen slechts in strijd met die opdracht handelden indien zij op geen enkele wijze gestalte wensen te geven aan de integratiedoelstellingen’, aldus in 2011 de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.1 De Onderwijsraad adviseert in 2012 om de scholen een inhoudelijker kompas te geven voor de vormgeving van het burgerschapsonderwijs.2 Met de Wet Verduidelijking van de burgerschapsopdracht aan scholen in het funderend onderwijs3 is in 2021 een gerichter opdracht voorgesteld dan in de bepaling van artikel 8 lid 3 Wpo, 11 lid 3 Wec en 17 Wvo oud is vastgelegd.4 Het wetsvoorstel leidend tot deze wijziging bepaalt in artikel 8 lid 3 Wpo dat actief burgerschap en sociale cohesie op een doelgerichte en samenhangende wijze moet worden bevorderd, waarbij het onderwijs zich herkenbaar moet richten op:
het bijbrengen van respect voor en kennis van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat, zoals verankerd in de Grondwet, en de universeel geldende fundamentele rechten en vrijheden van de mens en
het ontwikkelen van de sociale en maatschappelijke competenties die de leerling in staat stellen deel uit te maken en bij te dragen aan de Nederlandse democratische samenleving.5
Het wetvoorstel voegt een artikel 8 lid 3a toe aan de Wpo. Dit artikel luidt:
‘Het bevoegd gezag draagt zorg voor een cultuur waarin alle bij het aanbieden van onderwijs betrokken personen in hun uitingen handelen in overeenstemming met de waarden, bedoeld in het derde lid onderdeel a en creëert een omgeving waarin leerlingen worden gestimuleerd actief te oefenen met de omgang met deze waarden’.