Burgerschap op orde
Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/2.2.6.1:2.2.6.1 De schoolstrijd
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/2.2.6.1
2.2.6.1 De schoolstrijd
Documentgegevens:
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977108:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
R.R. Post, Scholen en onderwijs in Nederland gedurende de Middeleeuwen, Antwerpen: 1954, p. 60, L.C. Stilma 2002, p. 87-89, G. de Bruin, ‘100 jaar pacificatie’, Verus magazine 4 februari 2017, p. 10-11, W. de Jong 2017, p. 31-33 en Mentink e.a. 2021.
B.P. Vermeulen, ’De grondwetsherziening van 1917’, in: R. Schutgens e.a. (red.), Canon van het recht, Nijmegen: AA 2010, p. 81-84.
P. Boekholt, ´De schoolstrijd van de katholieken´, in: Van der Ploeg e.a. (red.), 2000, p. 18.
Vgl. Wansink 1930.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Boekholt: de principe- of vormgevingskwestie
Vanaf begin negentiende eeuw tot 1917, het jaar van de financiële gelijkstelling van lager onderwijs, heeft de schoolstrijd 1 in een aantal fasen de nationale politiek gedomineerd. Dit besloeg de periode vanaf de strijd voor de vrijheid van schoolstichting (Grondwetsherziening van 1848), voortgaand in de strijd om subsidiëring leidend tot de Schoolwet-Mackay in 1889, gekoppeld aan de roep om een ruimer kiesrecht. De schoolstrijd eindigt, tezamen met de invoering van het algemeen kiesrecht, met de financiële gelijkstelling (Grondwet 1917) en de uitvoering in de Lager Onderwijswet van 1920.2 Het handelt om wat historicus Boekholt ‘de principe- of vormgevingskwestie’ noemt.3 Deze vindt haar wortels in het dominante uitgangspunt van het onderwijs op algemeen-christelijke grondslag.4 Ik geef een kort overzicht van de fasering van de schoolstrijd.