Burgerschap op orde
Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.3.2.5:9.3.2.5 Artikelen 28 en 29 IVRK
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.3.2.5
9.3.2.5 Artikelen 28 en 29 IVRK
Documentgegevens:
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977298:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind, Trb. 1990, 46.
Zie: Scheltens 1981, p. 106-108, Van Achter 1998, p. 100, Mertens 2012, Vermeulen 1999, p. 105-107 en Mentink & Vermeulen 2011, p. 126.
Kamerbrief Nee, tenzij, over verbod mobieltjes en andere devices in het v.o. per 1 januari en in het basisonderwijs per 1 augustus 2024 (Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII-250).
Onderwijsraad 2003.
B.P. Vermeulen NJCM-Bulletin, 2005, 6, p. 775-776.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 28 IVRK
Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) van 1989 is in Nederland in 1990 in werking getreden.1 Uit artikel 28 lid 1 IVRK volgt het recht op onderwijs, opvoeding en vorming. Een voorbeeld hiervan is burgerschapsvorming.2 Leerlingen worden in staat gesteld zich te ontwikkelen tot democratische (staats)burgers in een staatsbestel dat nog ver van hen afstaat. Ze hebben recht op participatie (bonding and bridging) in de samenleving op het microniveau van thuis, school en social media (behalve op school)3, op het mesoniveau van de vereniging en buurt en op het macroniveau van de (inter)nationale samenleving.4
Artikel 29 IVRK
In artikel 29 lid 1a IVRK is vastgelegd dat het onderwijs en de vorming gericht moeten zijn op de volledige ontplooiing van de persoon, talenten en geestelijke en lichamelijke vermogens. Uit artikel 29 lid 1b IVRK blijkt dat het onderwijs eerbied voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en van de in het VN-Handvest neergelegde beginselen moet bijbrengen. Ook blijkt uit artikel 29 lid 1c-e IVRK en artikel 13 lid 1 IVESCR dat het onderwijs gericht moet zijn op het bijbrengen van eerbied voor ouders (lid 1c IVRK) en op de voorbereiding op een leven in een vrije samenleving in de geest van begrip, vrede, verdraagzaamheid, gelijkheid, en vriendschap tussen alle volkeren, etnische, nationale en godsdienstige groepen en personen, behorend tot de oorspronkelijke omgeving (lid 1d en e IVRK). Bovendien moet het onderwijs gericht zijn op het bijbrengen van de eerbied voor de natuur. Vermeulen houdt deze doelen overigens voor ‘hooggestemde morele doelen: het zijn in wezen vormingsidealen’.5