Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking
Einde inhoudsopgave
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/8.5.1:8.5.1 Inleiding
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/8.5.1
8.5.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. A.C. Faber, datum 16-03-2020
- Datum
16-03-2020
- Auteur
mr. A.C. Faber
- JCDI
JCDI:ADS196901:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
[291] Vloeit uit een overeenkomst een objectieve norm voort op grond waarvan de rechtspersoon onmiddellijke voorzieningen moet voorkomen?1 Omstandigheden die nopen tot het treffen van een onmiddellijke voorziening vallen niet noodzakelijkerwijs samen met de omstandigheden die twijfel aan een juist beleid oproepen. De opmerkingen die in 8.3 zijn gemaakt over objectieve normen, die strekken tot het voorkomen van twijfel aan een juist beleid, gelden evenwel in grote lijnen ook voor het vermijden van situaties die om onmiddellijke voorzieningen vragen. Daarom wordt niet afzonderlijk ingegaan op het vermijden van aanleidingen voor onmiddellijke voorzieningen. De aandacht wordt toegespitst op wat onmiddellijke voorzieningen teweegbrengen.
[292] Niet elke onmiddellijke voorziening heeft invloed op de positie van de wederpartij. Met onmiddellijke voorzieningen die de overeenkomst noch de positie van de wederpartij raken, heeft die wederpartij niets te maken. Die voorzieningen creëren ook niet het probleem van botsende verplichtingen voor de rechtspersoon. Het is daarom onwaarschijnlijk dat een zorgvuldig schuldenaar geacht wordt in het algemeen onmiddellijke voorzieningen te vermijden. Zo’n algemene objectieve norm is niet aannemelijk.
[293] Terzijde wordt opgemerkt dat de eisen van redelijkheid en billijkheid zouden kunnen meebrengen dat de rechtspersoon-schuldenaar zijn wederpartij moet waarschuwen voor een dreigende belemmering om na te komen door een onmiddellijke voorziening.2 Indien mogelijk, kan de wederpartij dan schadebeperkende maatregelen nemen. De verplichting tot waarschuwen zal pas intreden, als (voldoende) waarschijnlijk is dat de belemmering zal optreden.3 Het thema van de verplichting tot waarschuwen wordt niet uitgediept.4