Einde inhoudsopgave
De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie (VDHI 119) 2013/4.3.4.4
4.3.4.4 De Arbeitsdirektor
mr. F.G. Laagland, datum 15-07-2013
- Datum
15-07-2013
- Auteur
mr. F.G. Laagland
- JCDI
JCDI:ADS392075:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Dit geldt op grond van § 33 Abs. 1 MitbestG niet voor de KGaA.
Henssler (2013), p. 617-618 (§ 33, Rn. 3-8).
Raiser & Veil (2009), p. 512-513 (§ 33, Rn. 2).
De Arbeitsdirektor is - net als de andere leden van het bestuur - bij de uitoefening van zijn taken gehouden aan de wettelijke besluitvorming binnen het leidinggevende orgaan. De wijze van besluiten volgt voor de Vorstand in een AG of KGaA uit § 77 AktG en voor de Geschafstführer in een GmbH uit § 35 GmbHG. Zie hierover uitgebreid Henssler (2013), p. 623 (§ 33, Rn. 29-31). 203 Raiser & Veil (2009), p. 512 (§ 33, Rn. 1).
Raiser & Veil (2009), p. 512 (§ 33, Rn. 1).
Oetker (2011), p. 2305 (§ 33, Rn. 11); Wilhelm (2009), p. 379. Dit betekent niet dat de Arbeitsdirektor geen andere taken toebedeeld kan krijgen noch dat zijn verantwoordelijkheid zich beperkt tot de personele en sociale vraagstukken van de onderneming.
Raiser & Veil (2009), p. 520 (§ 33, Rn. 16).
Ulmer & Habersack (2013), p. 645-646 (§ 37, Rn. 20).
Henssler (2013), p. 622 (§ 33, Rn. 24).
Anders dan de Aufsichtsrat is het leidinggevende orgaan van de vennootschap in beginsel medezeggenschapsvrij. Het MitbestG maakt hierop een uitzondering.1 Op grond van § 33 MitbestG moet in het leidinggevende orgaan een zogenoemde Arbeitsdirektor worden benoemd. Over de vraag of de Arbeitsdirektor bij zijn benoeming en ontslag dezelfde bijzondere positie als in het Montan-MitbestG moest krijgen (zie hierna paragraaf 4.3.5.2), werd bij de totstandkoming van het MitbestG verschillend gedacht.2 Na moeizame onderhandelingen heeft de regering uiteindelijk beslist dat de Arbeitsdirektor op dezelfde wijze wordt benoemd en ontslagen als de overige leden van het leidinggevende orgaan (§ 31 MitbestG). Nu de voorzitter van de Aufsichtsrat bij een patstelling tijdens de besluitvorming een tweede beslissende stem heeft, ligt de uiteindelijke benoemingsmacht dus bij de aandeelhouders. Werknemers noch vakbonden hebben een voordrachtsrecht. De meerderheid binnen de toenmalige regering was van oordeel dat de vertrouwensband tussen de Arbeitsdirektor en de werknemers ook zonder een veto- en/of voordrachtsrecht kon bestaan.3
Het MitbestG bepaalt in § 33 Abs. 1 dat de Arbeitsdirektor deel uitmaakt van het leidinggevende orgaan. Hij functioneert binnen het orgaan als een regulier lid (discriminatieverbod) en oefent – net als de overige leden – zijn taken in overeenstemming met het gehele orgaan uit.4 De inhoud van zijn taken laat de wet open. In het regeringsontwerp stond oorspronkelijk vermeld dat de Arbeitsdirektor] zich overwegend zou bezighouden met personele en sociale vraagstukken.5 Deze formulering is in de uiteindelijke wettekst niet opgenomen. Desondanks wordt in de literatuur aangenomen dat het zwaartepunt van zijn werkzaamheden in het bijzonder bij deze onderwerpen ligt.6 Daarnaast wordt de Arbeitsdirektor beschouwd als een bemiddelaar tussen het leidinggevende orgaan enerzijds en het personeel dan wel de (centrale) ondernemingsraad anderzijds.7 Welke taken daar specifiek toe behoren, ligt niet vast en kan per vennootschap verschillen. De Arbeitsdirektor voert zijn taken onafhankelijk uit. Hij is geen vertegenwoordiger van de werknemers dan wel vakbonden en is aan hen geen verantwoording verschuldigd.
De Aufsichtsrat is vrij in de keuze wie hij als Arbeitsdirektor benoemt. De benoeming geschiedt nadat de Aufsichtsrat conform het MitbestG is samengesteld (§ 37 Abs. 2 MitbestG) en steeds na afloop van een ambtsperiode van vijf jaar. De wet verlangt niet dat een nieuwe samengestelde Aufsichtsrat direct tot benoeming overgaat. Dit is wettelijk ook niet mogelijk. Het leidinggevende orgaan is op dat moment reeds voltallig.8 De benoeming vindt eerst plaats na afloop van de ambtsperiode van het leidinggevende orgaan of een maximale termijn van vijf jaren (§ 37 Abs. 3 MitbestG). De personeelsaangelegenheden moeten in de tussentijd aan een huidig lid van het leidinggevende orgaan worden toegewezen.9