Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/3.4.1.2.2.3
3.4.1.2.2.3 Bedrijfsmatig of commercieel oogmerk
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291502:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
W.J. Blokland, Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (diss.), Deventer: Wolters Kluwer 2016, p. 43.
HvJ EG 20 juni 1996, zaak C-155/94, V-N 1997/1034, 17 (Wellcome Trust I).
HvJ EU 15 september 2011, gevoegde zaken C-180 en C-181/10, V-N 2011/50.19 (Słaby/Kuć) en HvJ EU 9 juli 2015, zaak C-331/14, V-N 2015/34.22 (Kezić).
Vgl. HvJ EG 14 november 2000, zaak C-142/99, V-N 2000/53.17, r.o. 28 (Floridienne/Berginvest). In gelijke zin: M. van der Wulp, ‘De onttrekking van grond aan het privévermogen’, BtwBrief 2015/69, p. 5.
HvJ EG 14 november 2000, zaak C-142/99, V-N 2000/53.17, r.o. 28 (Floridienne/Berginvest).
M. van der Wulp, ‘De onttrekking van grond aan het privévermogen’, BtwBrief 2015/69, p. 5.
HvJ EU 15 september 2011, gevoegde zaken C-180 en C-181/10, V-N 2011/50.19, r.o. 37 (Słaby/Kuć).
In de Nederlandse inkomstenbelasting leidt dit zogenoemde ‘uitponden’ wel tot een werkzaamheid die het normaal vermogensbeheer te boven gaat (art. 3.91 lid 1, onderdeel c Wet IB 2001).
HvJ EU 15 september 2011, gevoegde zaken C-180 en C-181/10, V-N 2011/50.19, r.o. 38 (Słaby/Kuć).
Zo wordt in HvJ EU 9 juli 2015, zaak C-331/14, V-N 2015/34.22 (Kezić) mede belang gehecht aan het in korte tijd aankopen van percelen die nodig waren voor het bouwen van een winkelcentrum (M. van der Wulp, ‘De onttrekking van grond aan het privévermogen’, BtwBrief 2015/69, p. 5).
HvJ EU 15 september 2011, gevoegde zaken C-180 en C-181/10, V-N 2011/50.19, r.o. 39 en 40 (Słaby/Kuć) en HvJ EU 9 juli 2015, zaak C-331/14, V-N 2015/34.22, r.o. 24 (Kezić)
In de Nederlandse vertaling wordt gesproken over ‘het gebruik maken van beproefde verkooptechnieken’. Uit een vergelijking met de Engelse (‘the deployment of proven marketing measures’) en Duitse vertaling (‘der Durchführung bewährter Vertriebsmaßnahmen’) is af te leiden dat het niet gaat om de beproefde verkooptechnieken, maar om het uitvoeren van bewezen verkoopmaatregelen.
Vgl. M. van der Wulp, ‘De onttrekking van grond aan het privévermogen’, BtwBrief 2015/69, p. 5.
M. van der Wulp, ‘De onttrekking van grond aan het privévermogen’, BtwBrief 2015/69, p. 5.
In gelijke zin: Hof Arnhem-Leeuwarden 15 september 2020, nr. 19/01184, V-N 2020/60.1.3, r.o. 4.3 waarin het hof van belang acht dat de verkoper de kassen zelf heeft gesloopt, onderzoek heeft laten doen en inlichtingen ingewonnen om de bouw ook daadwerkelijk op korte termijn te kunnen laten plaatsvinden, zoals het voorbereiden van een planschaderisicoanalyse en een verkennend bodemonderzoek en hij na overleg met deskundigen heeft afgezien van het doen van archeologisch onderzoek. Anders: Hof ‘s Gravenhage 16 april 2004, nr. BK-03/00839, ECLI:NL:GHSGR:2004:AP0230 waarin is geoordeeld dat sprake is van een levering van grond door een belastingplichtige, omdat de verkoper de geleverde grond voor eigen rekening en risico bouwrijp heeft laten maken. Dat het bouwrijp maken van de grond heeft plaatsgevonden onder regie van de koper achtte het hof kennelijk niet van belang.
M. van der Wulp, ‘De onttrekking van grond aan het privévermogen’, BtwBrief 2015/69, p. 5.
Activiteiten van een producent, handelaar of dienstverrichter zijn activiteiten met een bedrijfsmatig of commercieel oogmerk. Blokland noemt dit het ‘professionaliteitscriterium’.1 In zijn jurisprudentie maakt het Hof van Justitie een onderscheid tussen bedrijfsmatig en niet-bedrijfsmatig verrichte activiteiten. Zo overweegt het Hof van Justitie in het Wellcome Trust I-arrest dat onderscheid gemaakt moet worden tussen het bedrijfsmatig handelen in effecten (economische activiteit) en de verkoop van aandelen door een trust die zich beperkt tot het beheer van een beleggingsportefeuille op dezelfde wijze als een particulier investeerder (geen economische activiteit).2 Ook bij de verkoop en levering van grond maakt het Hof van Justitie onderscheid tussen de ‘loutere uitoefening door de eigenaar van zijn eigendomsrecht’ (geen economische activiteit) en het met het oog op de verkoop van privégrond actief stappen ondernemen door middelen in te zetten die vergelijkbaar zijn met die welke een producent, handelaar of dienstverrichter aanwendt (economische activiteit).3 Een activiteit is ook een activiteit van een producent, handelaar of dienstverrichter indien deze niet bedrijfsmatig, maar wel met een commercieel oogmerk wordt verricht.4 Van een commercieel oogmerk is sprake indien met de activiteit wordt gestreefd naar een maximaal rendement van het geïnvesteerde kapitaal.5 Met andere woorden: de niet-ondernemer streeft naar winstmaximalisatie. Het is van belang erop te wijzen dat een commercieel oogmerk volstaat; een commercieel resultaat is niet vereist.6
In het kader van dit onderzoek is het een relevante vraag wanneer de levering van vastgoed een activiteit is die bedrijfsmatig wordt verricht. Naar het oordeel van het Hof van Justitie zijn het aantal en de omvang van de vastgoedtransacties hiervoor op zich niet van doorslaggevend belang.7 Datzelfde geldt voor de tijdspanne waarbinnen deze handelingen zijn verricht, de hoogte van de opbrengsten of de verkaveling van het terrein vóór de verkoop om daardoor een hogere grondprijs te ontvangen8.9 Dat voormelde omstandigheden op zich niet van doorslaggevend belang zijn laat onverlet dat deze omstandigheden wel meewegen bij de beoordeling of sprake is van een ondernemersactiviteit of niet.10 Worden door de verkoper (ook) actieve stappen ondernomen door middelen in te zetten die vergelijkbaar zijn met die welke een producent, handelaar of dienstverlener (bijv. een projectontwikkelaar, aannemer of vastgoedhandelaar) aanwendt, dan kwalificeert de verkoop van de grond in beginsel als een ondernemersactiviteit.11 Hierbij kan gedacht worden aan het bouwrijp maken van de grond, het saneren van de grond, het slopen van oude opstallen, het uitvoeren van bewezen verkoopmaatregelen12 en het opknappen van gebouwen alvorens deze te verkopen.13 Dat een ondernemersactiviteit actieve stappen van de verkoper vereist betekent niet dat de verkoper zelf (al) de ‘ondernemersmiddelen’ moet inzetten. In de Engelse taalversie van r.o. 39 van het Słaby/Kuć-arrest wordt gesproken van ‘mobilising resources similar to those deployed by a producer, trader or a person supplying services’, terwijl in het Kezić-arrest de omstandigheid dat de verkoper de grond bouwrijp heeft laten maken wordt meegewogen als een argument dat wijst op een ondernemersactiviteit.14 Naar mijn mening is het verkopen en leveren van vastgoed een bedrijfsmatige activiteit indien de verkoper zelf waardetoevoegende handelingen verricht of de regie voert over deze handelingen.15 Bij het sec aanvragen van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of het inschakelen van een makelaar kan naar mijn mening niet gezegd worden dat de verkoper middelen inzet die vergelijkbaar zijn met die welke een vastgoedondernemer inzet.16