Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.2.3.1:2.2.3.1 Buitenlandse veroordeling
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.2.3.1
2.2.3.1 Buitenlandse veroordeling
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859283:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De vraag onder welke voorwaarden een buitenlandse veroordeling tot onwaardigheid leidt, is tijdens de parlementaire behandeling toegespitst op de tweede onwaardigheidsgrond. Hoewel artikel 4:3 lid 1 sub a BW daarbij niet ter sprake komt, moet worden aangenomen dat ook hier een buitenlandse veroordeling onwaardigheid mee kan brengen.1 Immers, niet valt in te zien waarom een buitenlandse veroordeling bij de strafbare feiten van artikel 4:3 lid 1 sub b BW wel meetelt en bij artikel 4:3 lid 1 sub a BW niet. Uit het vonnis moet dan uiteraard wel blijken dat het gaat om een veroordeling voor het opzettelijk ombrengen van de erflater.
Bovendien geldt dat alle delicten die vallen onder de eerste onwaardigheidsgrond doleuze misdrijven zijn die met een maximum van ten minste vier jaren vrijheidsstraf zijn bedreigd. Deze strafbare feiten voldoen daarmee tevens aan de voorwaarden van artikel 4:3 lid 1 sub b BW.2 Zou bij de eerste onwaardigheidsgrond een buitenlandse veroordeling geen werking hebben, dan ontstaat de vreemde situatie dat datzelfde buitenlandse vonnis wel tot onwaardigheid leidt op grond van artikel 4:3 lid 1 sub b BW.3