Einde inhoudsopgave
Grenzen van het strafrecht in de voorfase (SteR nr. 60) 2023/3.4.3.2
3.4.3.2 Feiten waarbij vroegtijdig ingrijpen eenvoudiger is dan later ingrijpen
mr. E.A.J. Nab, datum 12-01-2023
- Datum
12-01-2023
- Auteur
mr. E.A.J. Nab
- JCDI
JCDI:ADS715544:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De Werkgroep Van Veen benadrukt bijvoorbeeld dat de strafbaarstelling van bepaalde voorbereidingshandelingen het mogelijk maakt voor de politie om op een eerder moment op te treden (Van Veen 1988, p. 3). Overigens geldt dit praktische argument evenzeer voor strafbaarstellingen in de ‘nafase’ van het delict. Denk dan aan delicten als heling (artikel 416 Sr) en witwassen (artikel 420bis Sr).
Segers 1916, p. 406. HR 30 augustus 1915, Weekblad van het Recht 9847, p. 1.
Segers 1916, p. 406-407. Daarnaast vreest Segers dat de exporteur zal opmerken dat zijn illegale lading is ontdekt, van de export zal afzien (en dus straffeloos blijft) en het later nog eens zal proberen.
Mulder 1976, p. 95-96 en 98-99.
Mulder 1976, p. 99-100.
Hazewinkel-Suringa/Remmelink 1996, p. 96; Jakobs 1985, p. 757. Het vereisen van een daadwerkelijke verstoring van de openbare orde bij bijvoorbeeld deelname aan een terroristische organisatie zou daarom volgens sommige auteurs bijvoorbeeld problematisch zijn, nu in dat geval heimelijke gedragingen (al dan niet in het buitenland) niet bestraft zouden kunnen worden en de bestrijding van terrorisme grotendeels onmogelijk zou worden (Rudolphi 1979, p. 216).
Het functionalisme past daarmee in wat Pieterman de risicosamenleving noemt: een samenleving waarin de kans op schade statistisch en rationeel wordt bekeken en ook wordt geaccepteerd dat sommige kansen praktisch onvermijdbaar zijn (Pieterman 2008, p. 75 en 68). Daarin verschilt een functionalistisch van een communitaristisch strafrecht: om daadwerkelijke handhaafbaarheid lijkt het in een communitaristisch strafrecht immers niet te draaien. Tegelijk verschilt de functionalistische benadering ook van de liberale, omdat zij – net als de communitaristische benadering – een kosten-batenanalyse bepleit, waarbij de belangen van de samenleving voor kunnen gaan op die van het individu.
Bepaalde gedragingen in de voorfase lijken niet in de laatste plaats strafbaar te zijn gesteld op grond van de praktische moeilijkheden die de bestrijding van de voltooide variant van het delict met zich brengt.1 Dat is niets nieuws: reeds bij de bepaling van de grenzen van poging speelden praktische overwegingen een niet onbelangrijke rol. Segers wijst op een zaak uit 1915 waarin zowel het Gerechtshof als de Hoge Raad constateren dat het aanmelden van de export van een partij vet naar België bij de douane (destijds verboden in verband met de Nederlandse neutraliteit tijdens de Eerste Wereldoorlog) niet kon worden gezien als een ‘begin van uitvoering’ van het exporteren van het vet, maar slechts als de voorbereiding daarvan.2 Segers bekritiseert het gebrek aan ‘common sense’ in het oordeel van de Hoge Raad en stelt de retorische vraag wat de douane dan wel had moeten doen; de illegale goederen doorlaten en de grenspost waarschuwen, zodat de boot kon worden gestopt en doorzocht als hij eenmaal onderweg is, met alle vertraging voor de rederij en overige exporteurs als gevolg?3 In vergelijkbare zin pleit Mulder voor een uitbreiding van strafbaarstellingen in de voorfase van terrorisme, omdat de bestrijding van ‘volgroeid terrorisme’ onbegonnen werk zou zijn.4 Daarbij hoeft ook geen principieel onderscheid te bestaan tussen poging en samenspanning: beide zijn juridische interventiemiddelen die zijn bedoeld om criminaliteit te bestrijden voordat zij tot wasdom komt.5 Het zou weinig efficiënt en effectief zijn om steeds daadwerkelijke schade af te moeten wachten. Zolang voldoende helder vaststaat welk niveau van gevaar is vereist (daarover §5.4.2.2), kan met gevaarzettingsdelicten wellicht ook een effectiever beschermingsniveau worden bereikt dan met enkel krenkingsdelicten.6 Wel moet het dan om een voldoende serieus en realistisch gevaar gaan en niet om hypothetisch gevaar of om gevaar dat toch niet effectief te voorkomen is.7