Beheer van familievermogen door middel van certificering
Einde inhoudsopgave
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/2.6.2.2:2.6.2.2 Continuïteitsmotief versus gebondenheid van het vermogen
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/2.6.2.2
2.6.2.2 Continuïteitsmotief versus gebondenheid van het vermogen
Documentgegevens:
mr. A.M. Steegmans, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. A.M. Steegmans
- JCDI
JCDI:ADS958073:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragraaf 2.3.4.1 werd besproken dat de lengte van de periode waarin de continuïteit van het vermogensbestanddeel behouden moet blijven kan variëren per rechthebbende. Sommige rechthebbenden kijken één generatie verder, terwijl anderen proberen om beheerstructuren op te zetten die in beginsel meerdere generaties overeind kunnen blijven. Naarmate de periode waarin de beheerstructuur moet blijven bestaan langer wordt, zal de structuur meer gebonden vermogen gaan omvatten. Het gebonden vermogen geeft immers, theoretisch gezien, enige zekerheid over waar het vermogen uiteindelijk terechtkomt en zodoende behouden blijft. Beheerstructuren die gebruikt kunnen worden voor instandhouding gedurende een langere periode zijn certificering van vermogen, voorwaardelijke makingen en schenkingen, vruchtgebruik, fonds voor gemene rekening en erfpacht. Dit zijn allemaal figuren die in meer of mindere mate gebonden vermogen kunnen laten ontstaan.
Al meerdere malen is opgemerkt dat de rechthebbende van het gebonden vermogen de gebondenheid als een nadeel kan ervaren. Deze ervaring kan nog worden versterkt als door het onthouden van de zeggenschap ook de betrokkenheid verminderd is. Het strikter inrichten van de beheerstructuur ten behoeve van de continuïteit dient met andere woorden te worden afgewogen tegen het negatieve gevoel dat gebonden vermogen en weinig of geen zeggenschap kunnen opleveren. De negatieve ervaringen bij de (toekomstig) rechthebbenden kunnen uiteindelijk ook invloed hebben op het meer of minder succesvol voortbestaan van een beheerstructuur. Een voorbeeld hiervan wordt gegeven door een estate planner:
“En toen zei ik tegen haar: “Weet je wat je doet, je certificeert al die aandelen en dan word jij de enige bestuurder van de stichting administratiekantoor. En toen begon ze helemaal te steigeren. Toen zei ze: “Ja dat wil ik niet.” Toen zij ik: “Waarom wil je dat niet?” “Nou mijn vader heeft dat ook gedaan en die heeft die stichting gebruikt als een middel om mij eigenlijk monddood te maken, want hij had de zeggenschap.” En toen heb ik tegen haar gezegd: “Ja, maar je kunt het ook andersom gebruiken. Je kunt het ook gebruiken als een forum waarbij je de kinderen erbij betrekt.” (…) Dat je dus zo’n beheerstructuur niet alleen kunt gebruiken om bijvoorbeeld een generatie te behoeden voor verkeerde beslissingen. Maar ook om ze op te voeden in de verantwoordelijkheden die ze nou eenmaal meekrijgen, omdat ze dat vermogen erven. Dus ik denk dat zo’n beheerstructuur op verschillende manieren een rol kan hebben in het leven van een familie en van die familieleden.”