Achtergestelde vorderingen (O&R)
Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/5.2.2.4:5.2.2.4 Derdenwerking
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/5.2.2.4
5.2.2.4 Derdenwerking
Documentgegevens:
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186833:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
139. Een verhaalsrecht heeft niet alleen werking tussen de verhaalsgerechtigde en de schuldenaar, een verhaalsrecht heeft ook derdenwerking. Dat blijkt wanneer meerdere verhaalsgerechtigden tegelijk verhaal proberen te nemen op dezelfde vermogensbestanddelen. De verhaalsgerechtigden kunnen in dat geval hun verhaalsrecht aan elkaar tegenwerpen.
Iedere verhaalsgerechtigde kan aan de andere verhaalsgerechtigden zijn verhaalsrecht tegenwerpen zoals hij dat op het vermogen van de schuldenaar kan uitoefenen. De keerzijde daarvan is dat de verhaalsgerechtigden elkaar ook de beperkingen van elkaars verhaalsrechten kunnen tegenwerpen, zelfs als die beperkingen zien op de relatie tussen de verhaalsgerechtigde en de schuldenaar. Daarom kan bijvoorbeeld een verhaalsgerechtigde die met andere verhaalsgerechtigden concurreert zich erop beroepen dat zijn concurrenten hun verhaalsrecht hebben beperkt met een limited recourse-beding. Als een verhaalsgerechtigde met de schuldenaar overeenkomt dat er enkel verhaal kan worden genomen op de onroerende zaken van de schuldenaar dan gaat die overeenkomst primair de relatie tussen de verhaalsgerechtigde en de schuldenaar aan. Concurrerende verhaalsgerechtigden kunnen daar echter ook een beroep op doen. Bij concurrentie van verhaalsrechten kunnen de verhaalsgerechtigden elkaar de nieren proeven.
140. Een verhaalsrecht bevat ook elementen die niet zien op de relatie tussen de verhaalsgerechtigde en de schuldenaar, maar alleen zien op de relatie tussen de verhaalsgerechtigden onderling. Ook die eigenschappen kunnen concurrerende verhaalsgerechtigden aan elkaar tegenwerpen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de bevoegdheid om een rangregeling in de zin van artikel 481 Rv aan te vragen, voor de voorrechten1, voor de uitsluiting van verificatie van sommige vorderingen2 en voor de bevoegdheid van een pandhouder om de executie van een verpand en beslagen goed over te nemen.3
141. Het verhaalsrecht is dus een scharnierpunt tussen de relatie van de verhaalsgerechtigde tot het vermogen van de schuldenaar en de relatie van de verhaalsgerechtigde tot de andere verhaalsgerechtigden. Dit tweekoppige karakter volgt onvermijdelijk uit de strekking van het verhaalsrecht.4 Het verhaalsrecht geeft de schuldeiser de mogelijkheid de nakoming van zijn vordering af te dwingen, maar dat geschiedt niet in isolatie van de andere verhaalsgerechtigden en hun legitieme wens om nakoming van hun vordering af te dwingen. Ieders verhaalsrecht moet zich dus tot de andere verhaalsrechten verhouden. Die verhouding wordt onder meer geregeld door de rang van de verhaalsrechten.