Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/2.2.3
2.2.3 De rechtsstaat en het burgerperspectief
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661452:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Scheltema 1989, par. 1; Scheltema 2021, p. 810; Schlössels en Zijlstra 2017, 2017/14; Gribnau 1988, p. 13-18.
Scheltema 1997, p. 2.
Happé 1996, p. 73 spreekt over het perspectief van de rechter dat ‘zijn oorsprong vindt in de idee van de rechtsbescherming’ en de ‘fundamentele positie van de rechter voor de rechtsbescherming van de burger c.q. de belastingplichtige’; Gribnau e.a. 2013; Feteris 2008.
Tot slot ga ik in het kader van het juridische speelveld in op de rechtsstatelijke verhoudingen bij voorlichting. Met ‘rechtsstatelijke verhoudingen’ bedoel ik de rol en taak die de Belastingdienst, belastingwetgever, belastingrechter en burger ten opzichte van elkaar hebben in de rechtsstaat.
De rechtsstaat houdt in de kern in een staatsvorm waarin de macht van de overheid is gebonden aan het recht.1 Die gebondenheid brengt onder andere mee dat het bestuur (de Belastingdienst) niet naar willekeur kan optreden, maar de wet – opgesteld door de democratisch gelegitimeerde wetgever (de belastingwetgever) – moet toepassen. Voor burgers betekent het rechtsstaatconcept dat hij door de gebondenheid van de overheid aan het recht wordt beschermd tegen de machtige overheid en dat hij op basis van de wet kan voorspellen hoe het bestuur zal handelen.2 De rechter (belastingrechter) heeft op zijn beurt als primaire taak om rechtsbescherming te bieden aan burgers tegenover de overheid.3 De Belastingdienst is wetsuitvoerder en rechtshandhaver. Zijn voorlichtende taak is daarvan onderdeel en dus rechtsstatelijk genormeerd (paragraaf 2.3, 2.4).
2.2.3.1 Rechtsstatelijke beginselen als waarden in de rechtsstaat2.2.3.2 Geen ‘bureaucratische rechtsstaat’ maar een ‘responsieve rechtsstaat’