Einde inhoudsopgave
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/7.2.7
7.2.7 Omvang van de raad van toezicht
mr. M.J. van Uchelen-Schipper, datum 04-02-2018
- Datum
04-02-2018
- Auteur
mr. M.J. van Uchelen-Schipper
- JCDI
JCDI:ADS390922:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Kroeze 2013, p. 882, en Kahneman 2011, p. 92. Voorwaarde is wel dat deze personen onafhankelijk een oordeel kunnen vormen. Stel: een groot aantal mensen krijgt een glazen pot met knikkers te zien. Men moet raden hoeveel knikkers er in de pot zitten. Dit is een taak die mensen individueel zeer slecht doen, maar gezamenlijk veel beter. Sommige mensen schatten het aantal te hoog in en anderen te laag, maar als we een gemiddelde nemen blijkt dit redelijk accuraat te zijn. Voorwaarde is dat alle inschattingen dezelfde basis hebben en dat de observaties echt onafhankelijk zijn. Als de proefpersonen een bepaalde bias delen, zal deze niet worden weggenomen door de uitkomsten bij elkaar te nemen. Door toe te staan dat de proefpersonen elkaar beïnvloeden wordt de omvang van de steekproef feitelijk kleiner en dus ook de nauwkeurigheid van de schatting.
Artikel 30 lid 1 Woningwet en 6.1 CGC.
Zie ook UK Corporate Governance Code 2016 onder B.1 waar wat betreft de omvang van de board, die bestaat uit executives en non-executives, te lezen is: “The board should be of sufficient size that the requirements of the business can be met and that changes to the board’s composition and that of its committees can be managed without undue disruption, and should not be so large as to be unwieldy”.
De gewenste omvang van de raad van toezicht hangt nauw samen met de gewenste samenstelling van de raad: de omvang kan bijvoorbeeld worden bepaald nadat is vastgesteld welke deskundigheden (minimaal) gewenst zijn en hoe deze deskundigheden eventueel verdeeld kunnen worden over verschillende personen. In de statuten, reglementen en/of in de hierna te noemen profielschets kan een exact aantal maar ook een minimumaantal en maximumaantal leden genoemd worden. Bovendien kan bepaald worden dat de raad van toezicht, ter voorkoming van patstellingen, uit een oneven aantal personen bestaat.
Voor optimale besluiten en besluitvorming, welk onderwerp hierna aan de orde zal komen, maakt het veel uit of een besluit wordt genomen door één persoon, door twee personen of door een groep van meer dan twee personen. Meerdere personen betekent, als gezegd, meerdere invalshoeken en op die manier wordt informatie vanuit verschillende perspectieven beoordeeld waardoor een meer afgewogen gezamenlijk oordeel gevormd kan worden. Er zijn (empirische) aanwijzingen dat groepen, met name bij complexe beslissingen, betere beslissingen nemen dan individuen.1
Voor sommige soorten stichtingen geldt een minimumaantal leden van de raad van toezicht op grond van sectorregels. Bijvoorbeeld voor woningstichtingen en culturele instellingen geldt dat de raad van toezicht uit minimaal drie personen bestaat.2 Sommige stichtingen, zoals semipublieke instellingen, dienen een auditcommissie of een andere commissie uit hun midden samen te stellen. Ook om die reden is het van belang dat de raad uit voldoende leden bestaat. Overigens is ook van belang dat de raad van toezicht niet te groot en “log” wordt in de zin dat besluiten niet door al te veel leden genomen moeten worden.3
Ik meen dat ook voor stichtingen in andere sectoren zou moeten gelden dat de raad van toezicht in beginsel uit minimaal drie personen bestaat. Veel besluiten die de raad van toezicht neemt besluiten betreffen onderwerpen die voor de stichting belangrijk zijn, zoals benoeming van bestuurders, vaststelling van de jaarrekening, goedkeuring van belangrijke bestuursbesluiten. Indien het besluit door meerdere personen genomen wordt, wordt er vanuit verschillende invalshoeken tegen aan gekeken en zal sneller een evenwichtig, weloverwogen besluit genomen worden. Ook om praktische redenen ligt het voor de hand dat de raad van toezicht uit ten minste drie personen bestaat. De raad van toezicht van veel soorten stichtingen benoemt immers zijn eigen leden, leden van de raad van toezicht kunnen een tegenstrijdig belang hebben, etc.
Een algemeen voorschrift dat inhoudt dat de raad van toezicht uit ten minste drie personen bestaat kan voor kleinere stichtingen met een vrijwillige raad van toezicht bezwarend zijn. Daar kan tegenin gebracht worden dat als een stichting kiest voor een raad van toezicht, het toezicht ook serieus genomen moet worden. Toezicht houden is immers meer dan alleen adviseren. Indien slechts behoefte is aan advies kan een raad van advies worden ingesteld; indien behoefte is aan goedkeuring van bepaalde bestuursbesluiten door een (overheids)instantie of door een derde, kan net zo goed gekozen worden voor het statutair voorschrijven van goedkeuring door die instantie of die persoon zonder aan deze instantie of persoon een toezichthoudende taak te geven.
Voor vennootschappen die kwalificeren als structuurvennootschap geldt dat de raad van commissarissen uit ten minste drie personen bestaat (artikel 2:158 en 268 lid 2 BW). Ik meen dat de verplichting bij de raad van toezicht van stichtingen niet alleen zou moeten gelden voor “grote stichtingen” (stichtingen met een grote onderneming) maar ook voor stichtingen met een kleinere onderneming. Bij stichtingen die beschikken over vermogen van derden heeft de raad van toezicht eveneens een belangrijke controlerende functie en is het eveneens van belang dat besluiten door een meerhoofdig college worden genomen. Op de vraag of op grond van het algemene stichtingenrecht of op grond van sectorregels een minimumaantal leden van de raad van toezicht voor alle stichtingen zou moeten gelden kom ik terug in paragraaf 8.5.