Belastingheffing over particulierpensioen en overheidspensioen in grensoverschrijdende situaties
Einde inhoudsopgave
Belastingheffing over particulierpensioen en overheidspensioen in grensoverschrijdende situaties (FM nr. 144) 2015/5.2.2:5.2.2 Notitie internationaal fiscaal (verdrags)beleid 1996
Belastingheffing over particulierpensioen en overheidspensioen in grensoverschrijdende situaties (FM nr. 144) 2015/5.2.2
5.2.2 Notitie internationaal fiscaal (verdrags)beleid 1996
Documentgegevens:
dr. B. Starink, datum 01-02-2015
- Datum
01-02-2015
- Auteur
dr. B. Starink
- JCDI
JCDI:ADS344453:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Inkomen uit werk en woning (box 1) - niet-winst
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Loonbelasting / Pensioenregeling
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In 1996 is een vernieuwde NFV verschenen.1 Deze notitie is beknopt omdat het verdragsbeleid tot dan toe succesvol bleek te zijn en er geen reden tot wijziging ervan aanwezig was. Wel worden recente ontwikkelingen die voor het verdragsbeleid van belang zijn, verkend.
Op 24 april 1997 is er door de Vaste Commissie voor Financiën overleg gevoerd. Uit het beknopte verslag2 van de Commissie blijkt dat mw. B.M. de Vries (VVD) zich afvraagt of er zich een koerswijziging in het verdragsbeleid heeft voorgedaan wat betreft de heffing over pensioenuitkeringen. In een aantal recente verdragen is namelijk het heffingsrecht over afkoopsommen niet meer standaard belast in het woonland maar gekoppeld aan de nationaliteit van de betrokkene. Op 14 augustus 1997 heeft de staatssecretaris schriftelijk geantwoord.3 De staatssecretaris geeft in het kader van pensioenuitkeringen in grensoverschrijdende situaties aan dat “na de in de opbouwfase verleende aftrek van de pensioenpremie ten laste van de Nederlandse belastingopbrengsten, de latere pensioenuitkeringen (…) naar een redelijk niveau worden belast. Dit betekent dat (…) een woonlandheffing voor particuliere pensioenuitkeringen en een bronlandheffing voor overheidspensioenen, niet meer in alle gevallen door Nederland wordt nagestreefd”. Een uitgangspunt is dat als de verdragspartner de uit het buitenland afkomstige pensioenuitkeringen niet of nauwelijks belast, er door Nederland naar een bronlandheffing over pensioenuitkeringen wordt gestreefd. Op basis hiervan zijn in bepaalde verdragen van de standaard afwijkende bepalingen opgenomen.