Einde inhoudsopgave
Toegang tot het recht bij massaschade (R&P nr. 150) 2007/5.2.7
5.2.7 De rol van de rechter
mr. I.N. Tzankova, datum 30-03-2007
- Datum
30-03-2007
- Auteur
mr. I.N. Tzankova
- JCDI
JCDI:ADS600709:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Voor het onderscheid procedureel en materiëel case management zie Van Willigenburg & Tzankova 2005, p. 27-8.
Dat is een belangrijke bevinding ook voor de in 5.2.6 verdedigde keuze voor de vooropstelling van de collectieve schikking als een primair afwikkelingsmechanisme.
Kwak 2006.
Denk aan het project van de Raad voor de Rechtspraak, Versterking van de regiefunctie van de rechter, dat deel uitmaakt van het sectorprogramma van de civiele sectoren: Jaarplan voor de rechtspraak 2004, par. 4.4, Uitgebalanceerd 2006, p. 45-60, 77-80, 83-6.
Met de indiening van de Wet deelgeschillenprocedure voor letsel- en overlijdensschade (wetsvoorstel 5437447) lijkt zich in het Nederlandse civiele procesrecht een 'stille revolutie' te voltrekken: in de MvT wordt met zoveel woorden gesteld dat aan deze wet de 'bevordering van buitengerechtelijke afwikkeling' ten grondslag ligt. In de MvT bij de wet staat het volgende: 'Een eenvoudige en snelle toegang tot de rechter ter oplossing van deze deelgeschillen in de buitengerechtelijke onderhandelingsfase, kan de buitengerechtelijke afhandeling van letsel- en overlijdensschade bevorderen. Deze rechterlijke uitspraak zou partijen weer in staat moeten stellen de zaak zelf definitief buitengerechtelijk af te handelen. Dit wetsvoorstel voorziet daartoe in een deelgeschilprocedure.' Het faciliterende karakter van de regeling is met zoveel woorden herkend. Dat blijkt uit het feit dat partijen diegenen zijn die de hulp van de rechter desgewenst kunnen inroepen en het niet zo is dat de rechter partijen `de gang op stuurt'. Het Nederlandse kort geding heeft al jaren een soortgelijke functie, maar deze is 'informeel' in de praktijk geëvolueerd, hetgeen niet de vooropgezette bedoeling van de wetgever is geweest. De Wet deelgeschillenprocedure heeft vooralsnog de primeur.
In die zin ook Kwak 2006, p. 60.
Een nieuwe balans 2004, p. 229-31 en Uitgebalanceerd 2006, p. 48.
Denk aan de vorming van subgroepen of de selectie van proefprocessen bij het faciliteren van maatwerk op macroniveau, aan de benoeming van belangenbehartigers, aan het toezien op de initiële groepsvorming en het daaraan gerelateerde toezicht op publiciteitsuitingen, aan de beoordeling van de redelijkheid van collectieve schikkingen en eventueel aan de benoeming van de belangenbehartigers en de beoordeling van hun beloning.
Frenk 2005, p. 296 e.v., Oranje & Henquet 2004, p. 341-2, Croiset van Uchelen 2004, p. 144, Kroeze 2004, p. 496 e.v.
De bezwaren van de NVvR bij de invoering van de WCAM dat de rechter niet in staat is om zich behoorlijk van de hem toebedeelde taak te kwijten, zijn vanuit die optiek begrijpelijk en invoelbaar: Kamerstukken II, 2003/2004, 29 414, nr. 3, p. 9. In Engeland werden de rechters opgeleid voor de 'vernieuwing': Van Willigenburg & Tzankova 2005, p. 31.
Uitgebalanceerd 2006, p. 121-2.
Voor het overzicht zet ik de verschillende rechterlijke taken die in het voorgaande aan bod kwamen nog een keer op een rij. In het kader van preprocessuele comparities: toezicht en controle op publiciteitsuitingen onder andere in het kader van de groepsvorming, het faciliteren van leveren van maatwerk op macroniveau en de totstandkoming van een minnelijke regeling. Wat de laatste twee betreft: door de eventuele selectie van proefprocessen, de beperking van geschilpunten, de bepaling van hoofd- en bijzaken en de volgorde van behandeling daarvan, de benoeming van een bemiddelaar of een mediator voor de beslechting van een of meerdere geschilpunten in overleg met partijen, het voorleggen in overleg met partijen van 'prejudiciële' vragen aan de hoogste rechter, het ondervangen van het misbruikgevaar bij eventuele collectieve schikkingen via preliminaire inhoudelijke oordelen, via het benoemen van amicus curiae-achtige figuren, de beoordeling van opt out-verzoeken en eventueel het toezien op de beloning van de belangenbehartigers van de groep.
De specifieke dynamiek die schaalvergroting in het proces tot gevolg heeft (3.9.1 en 4.7), leidt ertoe dat de rechter zowel in het Engelse, als in het Amerikaanse stelsel een taak heeft met openbare orde aspecten, hetgeen tot een actieve, zo niet pro-actieve houding noopt (5.2.2). In het Amerikaanse stelsel dient hij mede te waken over de belangen van de afwezige class leden (4.8.2). In het Engelse dient hij bij te dragen aan het `overriding objective' van de CPR hetgeen onder meer inhoudt dat het rechtssysteem proportioneel wordt belast en niet onevenredig veel hinder van de collectieve procedure ondervindt (3.2.2, 3.2.4 en 3.4.2).
In beide stelsels heeft de rechter veel vrijheid ten aanzien van de aanpak van massaschade. Rechterlijk case management, zowel in zijn procedurele als in zijn materiële vorm1 is bij de afwikkeling van massaschade een centraal begrip (3.9.2, 4.8.3). Er kunnen procedurele randvoorwaarden worden gecreëerd voor de aanpak van massaschade. Een blauwdruk over hoe een massaschadegeval concreet dient te worden behandeld, lijkt echter niet te bestaan.2 Dit vormt eveneens een belangrijke contra-indicatie voor een uitgebreide wettelijke collectieve schadevergoedingsregeling en is een argument vóór de vooropstelling van de buitengerechtelijke aanpak. In het Amerikaanse stelsel wordt via de Manual for Complex Litigation wél meer inzicht gegeven in de verschillende case management technieken die de rechter ter beschikking staan met bijhorende kanttekeningen en de voorwaarden waaronder deze kunnen worden ingezet.
Aan de rechter kan in beide stelsels een belangrijke rol toekomen bij de benoeming van de (sub)class advocaat, de bepaling van diens beloning en de vorming van subgroepen of de selectie van 'proefprocessen' (de realisatie van maatwerk op macro niveau: 5.2.2). Al dan niet in het kader van schikkingsonderhandelingen (Amerika) of bij de inrichting van de multi party actie (Engeland), kan de rechter partijen assisteren bij de onderkenning of formulering van de belangrijkste geschilpunten om zodoende de beperking of de concentratie van het geschil te bevorderen. In beide stelsels kan hij partijen stimuleren, via mediationvoorstellen of via de inschakeling van de zogenaamde special masters, een soort bemiddelaars, om het geschil geheel of voor een deel buitengerechtelijk te beslechten. Ook komt de rechter een beslissende rol toe bij de beoordeling van de redelijkheid van een eventuele collectieve schikking en kan zijn hulp worden ingeroepen om misbruik van collectieve acties tegen te gaan, onder meer door preliminaire inhoudelijke oordelen over de gegrondheid van de vordering te vellen (5.2.4 en 5.2.6). Hij oefent tevens toezicht en controle uit rond publiciteitsuitingen in massaschadezaken (5.2.3). Een aantal van deze maatregelen geeft ook vorm en inhoud aan de door mij in 5.2.6 bepleite vorm van court-annexed ADR in massaschadezaken, die gestimuleerd wordt door de door mij bepleite invulling van de voorkeurstest.
Dit alles vereist de opbouw van deskundigheid en expertise. Deze wordt bevorderd door concentratiemaatregelen aan de zijde van de rechterlijke macht. Uit de buitenlandse ervaringen blijkt dat massaschade niettemin veel rechterlijke tijd opslokt.
Nederland
Het beeld dat uit het voorgaande naar voren komt, is dat van een actieve, maar bovenal faciliterende rechter, aan wie in het kader van court-annexed ADR uiteenlopende eisen worden gesteld. Hij is een professionele duizendpoot. In een uitgave van de Raad voor de Rechtspraak spreekt men van de 'meervoudige rechter', die gezaghebbend, neutraal, efficiënt en cooperatief is en stelt men voor om de rechter op die verschillende kwaliteiten af te rekenen.3 Al deze rollen vinden we terug in de hiervoor gegeven analyse van de buitenlandse ervaringen. Ook in Nederland is dus steeds meer belangstelling voor de actieve4 en faciliterende rechter.5
Het zal lastig voor dit type rechter zijn om feilloos aan te voelen in welke situatie welke rol van hem of haar wordt verwacht. Het is een ideaaltype dat als zodanig geen menselijk equivalent heeft. Met ervaring, oordeelsvermogen en een zekere praktische wijsheid komt men een heel eind,6 maar ook met duidelijkheid en explicitering van de wederzijdse verwachtingspatronen: een kwestie van communicatie en gezamenlijke verantwoordelijkheid van de rechter en partijen.7 Ik denk dat in het geval van massaschade in dit rijtje 'opleiding' dient te worden vooropgesteld, omdat de afwikkeling van massaschade vaardigheden van de rechter vergt die nieuw voor hem zijn.8 Hier komt nog bij dat rechters ook opgeleid zijn in een traditie waarin partij autonomie en zelfbeschikkingsrecht van partijen voorop worden gesteld. Bij de behandeling van massaschade is inbreuk hierop in enige mate noodzakelijk en rechters zullen hier 'van nature' eerder moeite mee hebben. Veelbetekenend is de constatering van wetenschap én praktijk dat de Nederlandse rechter de neiging heeft om te veel vragen niet geschikt te achten voor collectieve beantwoording.9 Als van de rechter nieuwe vaardigheden en een nieuwe opstelling worden verwacht, moet hij daarin opgeleid en begeleid worden.10
De proactieve en de faciliterende rechter waar ik bij de afwikkeling van massaschade het oog op heb, is dus de rechter wiens of wier bij stand in een vroeg stadium, nog voordat een procedure is gestart, in een serie preprocessuele comparities bijvoorbeeld, door partijen ingeroepen kan worden ter verlening van de noodzakelijke assistentie om de afwikkeling van de massaschade buitengerechtelijk en als dat niet lukt: gerechtelijk, in goede banen te leiden. Dit sluit naadloos aan bij de voorstellen van de fundamentele herbezinners over de introductie van een verplichte preprocessuele comparitie voor complexe zaken.11 De meeste van de hiervoor genoemde taken12 komen reeds in die fase aan bod. Aangezien ze een uiteenlopend karakter hebben en verschillende vaardigheden vereisen, zou overwogen kunnen worden, mede om de rechterlijke onpartijdigheid te waarborgen in het geval een collectieve regeling uitblijft en een procedure gevoerd dient te worden, om een vast team van rechters die over de verschillende competenties beschikken met de massaschadeafwikkeling te belasten.
De huidige Nederlandse regeling die één gerecht exclusief bevoegd verklaart om vaststellingsovereenkomsten met collectief karakter algemeen verbindend te verklaren, zodat expertise kan worden opgebouwd, vergemakkelijkt een gericht opleidings- en begeleidingsbeleid, ervan uitgaand dat ook de faciliterende massaschaderechter, waar ik hier het oog op heb, bij dat exclusief bevoegd gerecht wordt ondergebracht. Men zou ook, naar Engels voorbeeld, kunnen kiezen om per massaschadegeval de exclusief bevoegde rechter te bepalen, rekening houdend met de locatie van de groep of de belasting van de gerechten op dat moment, maar de vraag is of de voordelen van deze aanpak opwegen tegen de nadelen.
Voor een behandeling van de bedenkingen ten aanzien van de mogelijke oplossingen voor het rechterlijke activisme, verwijs ik naar 5.2.2. Het daar gesignaleerde beeld van de actieve rechter als een strategische actor levert een zelfstandig argument op voor de eerder genoemde noodzaak tot adequate aanpassing van de fmancieringsstructuren van de gerechten (de zogenaamde Lamicie-normen) die met de facilitering van de massaschadeafwikkeling zijn belast.