Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/2.9
2.9 Enkele procedurele aspecten van splitsing
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491609:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie uitgebreider bijvoorbeeld, Zaman, WPNR 2001/6448, onderdeel 5, Koster 2009, hoofdstuk 11, p. 325-349, Zaman, Van Eck & Roelofs 2009, onderdeel 2.6 t/m 2.13 en Roelofs & Van Eck in: Simonis e.a. 2019, hoofdstuk 5.
Zie onderdeel 2.6 over de vraag wie partij(en) is (zijn) bij de splitsing.
Mogelijk dat voorafgaand aan het voorstel tot splitsing al een voorovereenkomst is gesloten tussen de partijen bij de splitsing of hun leden/aandeelhouders. Zie daarover Roelofs 2014, onderdeel 3.9.1, p. 210.
Een splitsing wordt civielrechtelijk van kracht de dag na de dag waarop de notariële akte is verleden (art. 2:334n BW).
Zie hierover bijvoorbeeld Zaman, Van Eck & Roelofs 2009, onderdeel 1.7.1, p. 57 en onderdeel 2.7.1, p. 129 alsmede Van Eck, Sdu Commentaar Ondernemingsrecht, commentaar op art. 2:321 BW, aantekening 2 (bijgewerkt 30-10-2020). Vgl. ook Kamerstukken II 1997/98, 25 709, nr. 5, p. 2. Daar wordt gesproken over ‘economische terugwerking’.
Beleidsbesluit NLF 2021/1057, onderdeel 4 (zuivere splitsing) en het Beleidsbesluit NLF 2021/1058, onderdeel 4 (afsplitsing). Het fiscale (af)splitsingstijdstip wordt behandeld in onderdeel 11.4.3.
Art. 2:334aa en art. 2:334bb BW bevatten bovendien voorschriften over (al dan niet vereiste) accountantsverklaringen.
In een stichting wordt het besluit genomen door degene die de statuten mag wijzigen of, indien geen ander dat mag, door het bestuur.
Zie onderdeel 2.8.3, onder e en g. In de literatuur is ervoor gepleit het vereenvoudigd regime ook open te stellen voor ‘zusterafsplitsingen’. Zie Bellingwout, Ondernemingsrecht 2000/340, onderdeel 4. Tot dusver is aan die oproep geen gehoor gegeven. Overigens kan de uitgebreide procedure bij een zusterafsplitsing desgewenst in bepaalde gevallen worden omzeild met het volgende tweestappenplan: door middel van een moeder-dochterafsplitsing wordt vermogen van de splitsende rechtspersoon afgesplitst naar een nieuw opgerichte verkrijgende rechtspersoon (vereenvoudigde procedure) waarna de aandelen in deze verkrijger worden overgedragen door de splitsende rechtspersoon aan zijn aandeelhouder. Zie daarover ook Zaman, WPNR 2001/6447, onderdeel 3.4, p. 520.
Zie onderdeel 2.8.2, onder c (zuivere splitsing) en onderdeel 2.8.3, onder b (afsplitsing).
Zie daarover uitgebreider Volders, Sdu Commentaar Ondernemingsrecht, commentaar op art. 2:334hh BW, aantekening 2 (bijgewerkt 1 juni 2019).
Omdat slechts een aantal onderdelen van de civielrechtelijke splitsingsprocedure voor mijn onderzoek relevant is, volsta ik hierna met een puntsgewijze opsomming van de hoofdlijnen:1
De besturen van de partijen bij de splitsing2 stellen een voorstel tot splitsing op waarin diverse zaken moeten worden vermeld.3 Ik verwijs daarvoor in hoofdzaak naar art. 2:334f, lid 2, BW. Vanuit fiscale optiek is voornamelijk onderdeel i van dit artikellid relevant: het voorstel tot splitsing moet het tijdstip vermelden met ingang waarvan financiële gegevens over elk deel van het vermogen dat zal overgaan, zullen worden verantwoord in de jaarrekening of andere financiële verantwoording van de verkrijgende rechtspersonen. Is sprake van een zuivere splitsing, dan eindigt op het gekozen tijdstip het laatste boekjaar van de splitsende rechtspersoon.4 Het gekozen tijdstip hoeft niet samen te vallen met het moment waarop de splitsing civielrechtelijk van kracht wordt, maar kan ook daarvóór liggen.5 In zo’n geval is sprake van ‘boekhoudkundige of economische terugwerkende kracht’.6 Deze terugwerkende kracht speelt ook vanuit fiscaal perspectief een belangrijke rol. In de beleidsbesluiten van Financiën over de zuivere splitsing en de afsplitsing is namelijk een (goedkeurende) regeling opgenomen voor terugwerkende kracht van het fiscale (af)splitsingstijdstip.7 Voor splitsingen waarbij een NV of BV wordt gesplitst of wordt opgericht, stelt art. 2:334y BW aanvullende eisen aan het voorstel tot splitsing, zoals de ruilverhouding van de aandelen.8
In een schriftelijke toelichting bij het voorstel tot splitsing geeft het bestuur van elke partij bij de splitsing de redenen voor de splitsing met een uiteenzetting over de verwachte gevolgen voor de werkzaamheden en een toelichting uit juridisch, economisch en sociaal oogpunt (art. 2:334g, lid 1, BW). Wordt een NV of BV gesplitst of opgericht, dan dient het bestuur aanvullende informatie over de ruilverhouding van de aandelen op te nemen in deze toelichting (art. 2:334z BW).
Mogelijk dient het bestuur een jaarrekening of tussentijdse vermogensopstelling op te maken (art. 2:334g, lid 2, BW). Dit is het geval als het voorstel tot splitsing is neergelegd of openbaargemaakt na verloop van zes maanden na het verstrijken van het laatste boekjaar van een bij de splitsing betrokken rechtspersoon ten aanzien waarvan een jaarrekening of andere financiële verantwoording is vastgesteld.9 Bij een boekjaar gelijk aan het kalenderjaar zijn tussentijdse cijfers dus nodig indien het voorstel tot splitsing na 30 juni van het desbetreffende jaar is neergelegd of openbaargemaakt. Is het opstellen van deze tussentijdse cijfers noodzakelijk, dan heeft deze betrekking op de stand van zaken van het vermogen op ten vroegste de eerste dag van de derde maand voor de maand waarin zij wordt neergelegd.
Het voorstel tot splitsing moet worden ondertekend door de bestuurders van elke partij bij de splitsing (art. 2:334f, lid 3, BW). Tenzij alle partijen bij de splitsing verenigingen of stichtingen zijn, moet het voorstel tot splitsing zijn goedgekeurd door de raden van commissarissen en bovendien worden ondertekend door de commissarissen (art. 2:334f, lid 4, BW).
Iedere partij bij de splitsing dient bij het handelsregister diverse stukken (zoals het voorstel tot splitsing) te deponeren of langs elektronisch weg openbaar te maken. Voorts dienen diverse stukken op het kantoor van de diverse rechtspersonen ter inzage te liggen of op elektronische wijze toegankelijk gemaakt te worden. In een landelijk verspreid dagblad kondigen de partijen bij de splitsing aan dat de stukken toegankelijk zijn. Dit alles is geregeld in art. 2:334h.
Tot een maand na de zojuist onder 5 genoemde aankondiging loopt een verzetstermijn voor iedere wederpartij die een rechtsverhouding heeft met een partij bij de splitsing (art. 2:334l BW).
De algemene vergadering van aandeelhouders neemt het besluit tot splitsing (art. 2:334m, lid 1, BW).10 Dit besluit – dat niet mag afwijken van het voorstel tot splitsing – kan pas worden genomen na de zojuist genoemde verzetstermijn. Dit betekent dat het besluit pas kan worden genomen na verloop van een maand na de dag waarop alle partijen bij de splitsing de nederlegging of openbaarmaking van het voorstel tot splitsing hebben aangekondigd.
De splitsing geschiedt ex art. 2:334n, lid 1, BW bij notariële akte en wordt van kracht met ingang van de dag na die waarop deze akte is verleden. De akte mag slechts worden verleden binnen zes maanden na de aankondiging van de nederlegging of openbaarmaking van het voorstel tot splitsing. Termijnverlenging is mogelijk als tegen het voorstel tot splitsing verzet is aangetekend.
De splitsing wordt op grond van art. 2:334n, lid 3, BW binnen acht dagen na het verlijden van de notariële akte ingeschreven in het handelsregister. Voorts wordt ex art. 2:334n, lid 4, BW binnen een maand na de splitsing opgave gedaan aan de beheerders van andere openbare registers.
Voor aandeelhouderssplitsingen (ruziesplitsingen) geldt een aantal bijzondere procedurele voorschriften neergelegd in art. 2:334cc, lid 1 en lid 2, BW. Is sprake van een vereenvoudigde splitsing ex art. 2:334hh BW, dan gelden ten opzichte van reguliere splitsingen minder procedurele regels. De eerste variant van zo’n vereenvoudigde splitsing is die waarin alle verkrijgende vennootschappen bij de splitsing worden opgericht en de splitsende rechtspersoon daarvan bij de splitsing enig aandeelhouder wordt (lid 1).11 De tweede variant is de evenredige splitsing die alleen mogelijk is tussen NV’s/BV’s (lid 2): alle verkrijgende rechtspersonen worden bij de zuivere splitsing of afsplitsing opgericht en de aandeelhouders van de splitser worden daarvan – evenredig aan hun aandeel in de splitsende rechtspersoon – aandeelhouder.12 Voor beide splitsingsvarianten is de procedure vereenvoudigd, maar de exacte procedurevoorschriften zijn voor beide varianten niet identiek.13